ECLI:NL:GHARL:2023:8286

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
3 oktober 2023
Zaaknummer
21-001604-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs van misdrijfgeld

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van gewoontewitwassen. Verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van gewoontewitwassen.

De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en gebruiken van geld waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig was uit enig misdrijf, namelijk verduistering door zijn dochter. De civiele procedure tegen de dochter had geleid tot een onherroepelijke uitspraak dat zij zonder toestemming geld van het slachtoffer had overgemaakt en moest terugbetalen.

Het hof oordeelde echter dat de strafrechtelijke bewijsmaatstaf strenger is dan de civiele en dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat de dochter opzettelijk wederrechtelijk had gehandeld. Daardoor kon niet worden bewezen dat het geld dat verdachte gebruikte uit een misdrijf afkomstig was. De overige verweren behoefden geen bespreking. Het hof sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde gewoontewitwassen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001604-20
Uitspraak d.d.: 27 september 2023
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van
26 maart 2020 met parketnummer 05-720202-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.W.J. van Galen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte wegens het medeplegen van gewoontewitwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:
hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1juli 2010 tot 2 oktober 2014, te [plaats] , gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens), voorwerpen, te weten geld, heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten geld gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij en/of zijn mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

Vrijspraak

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Volgens de advocaat-generaal kan niet bewezen worden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het betreffende geld uit misdrijf afkomstig was.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De raadsman heeft hiertoe – kort gezegd – onder andere aangevoerd dat geen sprake is van geld uit misdrijf afkomstig.
Oordeel hof
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen, al dan niet in vereniging met een ander. Het geld dat verdachte zou hebben witgewassen, zou afkomstig zijn van verduistering door de dochter van verdachte, tevens medeverdachte in deze zaak. Tegen de dochter van verdachte heeft tevens een civiele procedure gelopen, waarin het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inmiddels onherroepelijk uitspraak heeft gedaan.
Het hof heeft acht geslagen op het door het gerechtshof, civiele kamer, gewezen tussenarrest van 30 maart 2021 en eindarrest van 14 februari 2023. In deze civiele zaak heeft het gerechtshof vastgesteld dat de dochter van verdachte als gevolmachtigde niet voldoende heeft betwist dat zij zonder toestemming, en ook niet in het belang van het slachtoffer heeft gehandeld door geld van de rekening van [benadeelde] over te maken naar haar eigen rekening en die van haar familie, dat zij daarom in verzuim was en als gevolg daarvan een bedrag van bijna € 380.000 moet terugbetalen aan de erfgenamen van [benadeelde] .
In onderhavige strafzaak dient het hof zich een oordeel te vormen over hetgeen aan verdachte strafrechtelijk is tenlastegelegd en of dit op basis van het onderliggende dossier wettig en overtuigend kan worden bewezen. Dat is een andere maatstaf dan die geldt in het civiele recht.
Het hof is van oordeel dat op basis van het strafrechtelijke dossier niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de dochter van verdachte opzettelijk wederrechtelijk heeft gehandeld ten opzichte van [benadeelde] . Daarom kan niet bewezen worden dat het geld dat door verdachte is uitgegeven uit misdrijf afkomstig was. Daarmee is niet voldaan aan de delictsomschrijving voor witwassen zoals die gold ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, behoeven de overige verweren van de verdediging geen nadere bespreking.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,
mr. R.G.J. Welbergen en mr. I.P.H.M. Severeijns, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 27 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.