ECLI:NL:GHARL:2023:8287
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs van herkomst geld uit misdrijf
Verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende is om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat het geld dat verdachte beheerde afkomstig was uit een misdrijf.
De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben en gebruiken van geld dat afkomstig zou zijn uit verduistering door de dochter van verdachte. In een civiele procedure was vastgesteld dat de dochter zonder toestemming geld had overgemaakt en terugbetaling verschuldigd was, maar het hof benadrukt dat de strafrechtelijke bewijsstandaard strenger is.
Het hof oordeelt dat niet bewezen is dat de dochter opzettelijk wederrechtelijk heeft gehandeld, zodat niet kan worden vastgesteld dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Daarmee ontbreekt een essentieel bestanddeel van het witwasdelict. De overige verweren behoeven geen nadere bespreking. Het hof verklaart verdachte vrij van het tenlastegelegde gewoontewitwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.