ECLI:NL:GHARL:2023:8289
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verduistering en niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte veroordeeld voor verduistering. Het hof heeft het vonnis vernietigd omdat het tot een andere beslissing komt over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de bewijsbeslissing.
Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van transacties die plaatsvonden tussen 1 juli 2010 en 27 september 2011 vanwege verjaring. De absolute verjaringstermijn van twaalf jaar is overschreden, waardoor vervolging voor deze periode niet meer mogelijk is.
Ten aanzien van de transacties na 27 september 2011 is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs geleverd dat verdachte het geld wederrechtelijk heeft toegeëigend. De aangifte richtte zich vooral op transacties uit 2010, en er is geen verklaring van de benadeelde over instemming met latere transacties. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde verduistering.
De overige verweren van de verdediging behoeven geen bespreking meer. Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht: het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat verjaard is en verdachte wordt vrijgesproken van het overige tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering en het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van de tenlastelegging wegens verjaring.