ECLI:NL:GHARL:2023:8311
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.L. van der Bel
- L. Hamer
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige weigering medewerking religieuze echtscheiding bij Iraanse ambassade
Partijen zijn in 2002 in Iran gehuwd en zijn bij beschikking van de rechtbank Gelderland in 2020 gescheiden volgens Nederlands recht. De vrouw verzocht de man mee te werken aan de registratie van de echtscheiding bij de Iraanse ambassade, wat de man weigerde. De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof vernietigt dit vonnis en oordeelt dat de weigering onrechtmatig is.
Het hof stelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is de vordering te behandelen omdat de vrouw in Nederland woont en de gevolgen van de huwelijkse gevangenschap hier ondervindt. Het hof concludeert dat het huwelijk een religieus karakter heeft en dat de man onrechtmatig handelt door niet mee te werken aan de registratie van de echtscheiding bij de ambassade. De man heeft onvoldoende bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij niet kan meewerken vanwege veiligheidsrisico’s.
Het hof weegt de belangen van partijen af en acht het belang van de vrouw bij registratie zwaarder dan het belang van de man bij weigering. Het hof legt een dwangsom op van €500 per dag tot een maximum van €25.000 om naleving af te dwingen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de registratie van de echtscheiding bij de Iraanse ambassade onder verbeurte van een dwangsom.