ECLI:NL:GHARL:2023:8544

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.319.362/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie trajectcontrole snelheidsovertreding op A20

De betrokkene kreeg een sanctie van €132 opgelegd voor het rijden van 16 km/u te hard op de A20 bij Rotterdam op 4 januari 2021. De betrokkene stelde dat de meting niet betrouwbaar was omdat de positie van het voertuig ten opzichte van het begin en einde van het meettraject niet geregistreerd zou zijn, wat volgens hem de geldigheid van de sanctie ondermijnt.

Het dossier bevatte foto's met tijdstippen en locaties, een NMi-verklaring dat het meettraject 1244 meter lang is en voldoet aan de wettelijke eisen, en een e-mail van de advocaat-generaal met uitleg over de werking van het trajectcontrolesysteem. Hieruit bleek dat dwarsmarkeringen op de weg de registratiepunten vormen en dat de snelheid wordt berekend op basis van het passeren van deze markeringen, waardoor de positie van het voertuig adequaat wordt geregistreerd.

Het hof oordeelde dat de aangevoerde bezwaren niet opgaan en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

De uitspraak benadrukt dat het gebruikte trajectcontrolesysteem voldoet aan de wettelijke eisen en dat de snelheidsovertreding correct is vastgesteld, waardoor de sanctie terecht is opgelegd.

Uitkomst: De sanctie voor snelheidsovertreding via trajectcontrole wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.362/01
CJIB-nummer
: 238764567
Uitspraak d.d.
: 11 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 november 2022, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 september 2023. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen [naam1] .
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. P. Belopavlovic.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 132,- voor: “16 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 januari 2021 om 00.51 uur op de trajectcontrole A20 Rotterdam links (hectometerpaal 29.8) in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de inleidende beschikking voor vernietiging in aanmerking komt, omdat de positie van het voertuig ten opzichte van het begin en het einde van het meettraject niet is geregistreerd. De gemachtigde wijst in dit verband op de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie. Voor de hoogte van de sanctie is die registratie van belang. Niet kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de meting juist is.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van factoren tijd en afstand.
Gemeten gemiddelde (afgelezen) snelheid: 99 km/u.
Werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid: 96 km/u.
Toegestane snelheid: 80 km/u.
Overschrijding met: 16 km/u. (…)
Trajectlengte: 1244 meter. (…)
De geconstateerde gemiddelde snelheid was het resultaat van een berekening die plaatsvond op basis van de tijdsduur en de afgelegde wegafstand van het controletraject. (…)
Rijrichting van: Capelle aan den IJssel
Rijrichting naar: Schiedam
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 29.8L”.
4. Daarnaast bevat het dossier twee foto’s. Op deze foto’s is het voertuig met het voornoemde kenteken te zien. In de databalk bij de foto’s is als locatie (hectometerpaal) respectievelijk 29.8 en 31.1, als datum 4 januari 2021 en als tijdstippen respectievelijk 00.51.36,250 en 00.50.51,381 uur vermeld.
5. In het dossier bevindt zich voorts een NMi-verklaring betreffende de A20 links d.d.
3 augustus 2020. Hieruit volgt dat de lengte van het meettraject 1244 meter bedraagt, beginnend bij hectometerpaal 31.1 en eindigend bij hectometerpaal 29.8. Uit de verklaring blijkt dat de trajectsnelheidsmeter voldeed aan de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie.
6. De advocaat-generaal heeft bij de afdeling van het CJIB die zich bezighoudt met trajectcontroles navraag gedaan over de werking van trajectcontroles en bij het verweerschrift een emailwisseling overgelegd. In het overgelegde e-mailbericht d.d. 4 mei 2023 wordt het volgende antwoord gegeven:
“Om deze vragen te beantwoorden ben ik er vanuit gegaan dat het hier niet het TCS (het hof begrijpt: trajectcontrolesysteem) op de A13 betreft, de A13 is hierop een uitzondering. Verder is het goed om te beseffen dat bij elk TC-systeem (het hof begrijpt: trajectcontrolesysteem) dwarsmarkeringen op de weg zijn aangebracht die het NMi gebruikt om de afstand tussen twee passagepunten (een sectie) in te meten. Deze dwarsmarkeringen zijn altijd zichtbaar op de foto (bewijslast). De afstand tussen deze dwarsmarkeringen is opgenomen in het NMi-locatiecertificaat, deze afstand is een vaste waarde binnen de configuratie van het TC-systeem. Voor de berekening van de snelheid wordt deze afstand gebruikt en de twee tijdstippen van registratie (met foto als bewijslast). Het registratiemoment is altijd wanneer het voertuig de dwarsmarkering volledig heeft gepasseerd.
Het theoretische verschil van het voertuig t.o.v. deze dwarsmarkering is voor de berekening van de snelheid te verwaarlozen en daarbij door het NMi in het Typecertificaat meegenomen als geaccepteerde afwijking.”
7. De aangevoerde grond dat de positie van het voertuig ten opzichte van het begin en het einde van het meettraject niet is geregistreerd, wordt weerlegd door de door de advocaat-generaal overgelegde informatie waaruit blijkt dat er bij deze trajectcontrole twee dwarsmarkeringen op de weg zijn aangebracht en er sprake is van een registratiemoment als het voertuig de dwarsmarkering volledig heeft gepasseerd. Hetgeen is aangevoerd, treft geen doel.
8. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.