Het huwelijk van partijen werd in 2018 ontbonden, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde. De rechtbank wijzigde deze alimentatie per februari 2023 naar nihil, omdat de man zijn slagerij had beëindigd en daardoor minder inkomen had.
De vrouw ging in hoger beroep met vijf grieven, onder meer over de draagkracht van de man en zijn arbeidsvermogen. Het hof stelde vast dat de behoefte van de vrouw niet ter discussie stond, maar beoordeelde de draagkracht van de man opnieuw.
De man kon wegens ernstige medische klachten niet terugkeren in zijn oude werk en kon ook geen ander inkomen uit arbeid verwerven. Het inkomensverlies was niet verwijtbaar, mede omdat hij geen nieuwe arbeidsongeschiktheidsverzekering kon afsluiten na zijn 60e jaar. De financiële situatie van de man liet geen ruimte voor alimentatiebetalingen.
Daarom bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank waarin de partneralimentatie per februari 2023 op nihil werd gesteld.