ECLI:NL:GHARL:2023:8658

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 oktober 2023
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.323.934
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden en overschrijding redelijke termijn

De betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 14 januari 2021 in Rotterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep bevestigt het hof dat de kantonrechter de gronden van de betrokkene terecht heeft verworpen. Wel is de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg overschreden. Het hof past daarom matiging toe op het sanctiebedrag met 25%, waardoor de boete wordt verlaagd van €250 naar €187,50.

Het verzoek om schadevergoeding wegens de overschrijding wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) geen mogelijkheid biedt tot vergoeding van schade. Wel worden proceskosten toegekend aan de betrokkene voor de fase waarin de redelijke termijn is overschreden.

Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, wijzigt de sanctie en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €837. Dit arrest is uitgesproken te Leeuwarden op 16 oktober 2023.

Uitkomst: Sanctie gematigd tot €187,50 wegens overschrijding redelijke termijn; verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.934/01
CJIB-nummer
: 238907377
Uitspraak d.d.
: 16 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 januari 2021 om 17:36 uur op de Laan op Zuid in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is begaan en herhaalt daartoe de gronden die ook bij de kantonrechter zijn aangevoerd.
3. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de gronden juist heeft beoordeeld en deze gronden terecht heeft verworpen.
4. De overige gronden hebben betrekking op de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. De gemachtigde verzoekt om de schending van de redelijke termijn vast te stellen. Daarnaast verzoekt hij om een schadevergoeding toe te kennen en verwijst daarbij naar het arrest van het hof van 1 november 2022 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2022:9271). Ook verzoekt hij om het bedrag van de sanctie te matigen.
5. Zoals de kantonrechter in diens beslissing reeds heeft overwogen, is de redelijke termijn van berechting overschreden in eerste aanleg. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 28 juli 2023, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369, zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25%.
6. Het verzoek om schadevergoeding zal het hof niet-ontvankelijk verklaren. Het arrest waar de gemachtigde naar verwijst heeft betrekking op een naheffing parkeerbelasting. Dat is hier niet aan de orde. De compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn van berechting vindt in dit geval plaats door matiging van het sanctiebedrag. De Wahv biedt geen mogelijkheid om aan een betrokkene een vergoeding voor schade toe te kennen.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Uit voormeld arrest (vgl. ov. 26) vloeit voort dat de proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden voor vergoeding in aanmerking komen. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,- (2 x € 837,- x 0,5).
8. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk;
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op
€ 187,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.