Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant] ,
[appellanten],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten hebben zonder toestemming een aanbouw aan hun woning gerealiseerd die tegen de zijgevel van het naastgelegen perceel van geïntimeerde is gebouwd. Deze zijgevel fungeert als buitenmuur van de aanbouw, waardoor deze mandelig is geworden. Geïntimeerde verzet zich terecht tegen deze situatie en vordert verwijdering.
De voorzieningenrechter had een bouwstop opgelegd en een afstand van één meter tot de erfgrens geëist op grond van artikel 5:56 BW Pro (ladderrecht). Het hof vernietigt dit oordeel en stelt dat een dergelijke afstand niet verplicht is. Wel is het onrechtmatig dat onderdelen van de aanbouw aan de zijgevel zijn bevestigd en dat de constructie geluidsoverlast veroorzaakt.
Het hof acht aannemelijk dat de constructie meer geluidshinder oplevert dan geoorloofd en dat er onvoldoende voorzieningen zijn tegen vochtoverlast. Het bestemmingsplan staat bouwen tegen de erfgrens toe, en het hof laat onbesproken of de aanbouw vergunningsvrij is. Het hof veroordeelt appellanten om binnen drie maanden de aanbouw te verwijderen of aan te passen met een volwaardige eigen zijgevel en voldoende waarborgen tegen geluid en vocht, onder verbeurte van een dwangsom.
Uitkomst: Appellanten worden veroordeeld tot verwijdering of aanpassing van de aanbouw binnen drie maanden met waarborgen tegen geluid en vocht, onder verbeurte van een dwangsom.