Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
regio Noord-Nederland, locatie Groningen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder verzocht bij de rechtbank en in hoger beroep om wijziging van de hoofdverblijfplaats van haar minderjarige kind naar haarzelf. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bekrachtigt deze beslissing. De ouders zijn sinds 2016 gescheiden en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De hoofdverblijfplaats was reeds in 2019 bij de vader vastgesteld.
De minderjarige heeft een geschiedenis van ondertoezichtstelling vanwege ernstige zorgen, waaronder loyaliteitsproblemen en verstoorde communicatie tussen de ouders. Ondanks rechterlijke beslissingen bleef de minderjarige feitelijk langere tijd bij de moeder verblijven, mede door de werkwijze van de gecertificeerde instelling (GI) die niet heeft toegewerkt naar terugkeer bij de vader.
Het hof oordeelt dat de GI onterecht in strijd met rechterlijke beslissingen heeft gehandeld en dat het niet aan de minderjarige is om haar hoofdverblijfplaats te bepalen. De loyaliteitsproblematiek en de verstoorde relatie tussen de ouders zijn de kern van de problematiek. Het hof benadrukt het belang van duidelijkheid en rust voor het kind en wijst het verzoek tot wijziging af, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bekrachtigt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader blijft.