ECLI:NL:GHARL:2023:8848

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.325.806/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 10:3 AwbArt. 10:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens rijden

De betrokkene werd een boete van €250 opgelegd omdat hij tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield, vastgesteld op 4 oktober 2021 op de A10 in Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat het voorwerp elders in het voertuig was bevestigd en betwistte dat het vastgehouden voorwerp daadwerkelijk een mobiele telefoon was, verwijzend naar mogelijke fouten bij de identificatie.

Het hof oordeelde dat de ambtenaar terecht op basis van drie foto's en een duidelijke observatie via een camerasysteem heeft vastgesteld dat de bestuurder een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De omvang en wijze van vasthouden van het voorwerp kwamen overeen met een mobiele telefoon. De aangevoerde argumenten van de betrokkene, waaronder twijfel over de aard van het voorwerp en de bevoegdheid van de opsteller van het verweerschrift, werden verworpen.

Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De mandaatconstructie van het openbaar ministerie werd als rechtsgeldig beoordeeld. De beslissing is op 20 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitgesproken.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €250 voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.325.806/01
CJIB-nummer
: 245050798
Uitspraak d.d.
: 20 oktober 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 oktober 2021 om 14:22 uur op de A10 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de telefoon van de betrokkene elders in het voertuig was bevestigd. Uit de foto’s blijkt niet onomstotelijk dat het vastgehouden voorwerp een mobiel elektronisch apparaat betreft. Dat het voorwerp de afmeting van een mobiele telefoon heeft, maakt het voorwerp niet automatisch een mobiele telefoon. De gedraging kan niet op basis van een dergelijke (inductieve) redenering worden vastgesteld. Dat een algoritme van een camera het voorwerp heeft aangemerkt als een telefoon, doet hieraan niet af. Er zijn gevallen geweest waarin (ook na beoordeling van de foto’s door een ambtenaar) de zaak doorgang heeft gevonden terwijl het vastgehouden voorwerp geen telefoon, maar een blikje cola of een flesje chocomelk betrof. Verder voert de gemachtigde aan dat niet gebleken is dat de opsteller van het verweerschrift bevoegd is om namens de advocaat-generaal op te treden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van twee beelden met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”
5. Het dossier bevat drie foto’s van de gedraging. Via de voorruit is de bestuurder gefotografeerd. De bestuurder kijkt naar een voorwerp in zijn linkerhand dat hij ter hoogte van het stuur houdt.
6. Het vastgehouden voorwerp op de foto’s heeft de omvang van een mobiel elektronisch apparaat bestemd om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen, te weten een mobiele telefoon. De bestuurder houdt het voorwerp op een wijze vast die gelijkenis toont met het vasthouden van een zodanig mobiel elektronisch apparaat. De ambtenaar heeft terecht op basis van deze beelden geconstateerd dat rijdend een zodanig mobiel elektronisch apparaat is vastgehouden. Tegen deze constatering zijn gronden aangevoerd die neerkomen op een enkele ontkenning van de gedraging. Dit leidt niet tot een ander oordeel. Deze gronden treffen dan ook geen doel.
7. Ten aanzien van de stelling dat niet gebleken is dat het verweerschrift bevoegdelijk is opgesteld, wijst het hof op zijn arrest van 21 december 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:10324) waarin is bepaald dat de door het openbaar ministerie gebruikte mandaatconstructie in overeenstemming is met het bepaalde in de artikelen 10:3 en 10:9 Awb. Het hof ziet in de grond van de gemachtigde geen reden hierop terug te komen.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.