AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak voor niet aanstellen coördinator, veroordeling voor dood door schuld bij arbeidsongeval betonpompwagen
Op 5 oktober 2016 vond een dodelijk arbeidsongeval plaats op een bouwplaats waar beton werd gestort met een door verdachte geleverde betonpompwagen. Het slachtoffer werd geraakt door de distributiemast nadat een steunvoet van de betonpompwagen wegzakte in de natuurlijke ondergrond. Verdachte werd beschuldigd van het niet aanstellen van een coördinator zoals vereist in het Arbeidsomstandighedenbesluit en van dood door schuld.
Het hof oordeelde dat verdachte geen uitvoerende partij was in de zin van artikel 2.29 van het Arbeidsomstandighedenbesluit en sprak haar vrij van het eerste tenlastegelegde feit. Voor het tweede feit, dood door schuld, stelde het hof vast dat verdachte aanmerkelijk onachtzaam en nalatig had gehandeld door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen, zoals het niet onderzoeken van de draagkracht van de ondergrond en het gebruik van ongeschikt standaard ondersteuningsmateriaal.
Het hof vond dat verdachte de veiligheidsvoorschriften uit de handleiding en het veiligheidshandboek had genegeerd, waardoor het slachtoffer in een gevarenzone stond zonder duidelijke instructie of toezicht. Het hof achtte het bewezen dat deze nalatigheden direct hebben geleid tot het overlijden van het slachtoffer. De straf werd vastgesteld op een geldboete van €55.000,- waarvan €20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst, eerdere ongewijzigde werkwijze en termijnoverschrijding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €55.000,- waarvan €20.000,- voorwaardelijk wegens dood door schuld bij een arbeidsongeval.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de
2.Bevindingen in het proces-verbaal Arbeidsomstandigheden, pagina’s 14 tot en met 21.
3.Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5°, te weten een schouwverslag van forensisch arts M.A.J. van Keulen, pagina’s 5044 en 5045.
4.Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1006.
5.De verklaring van [getuige 1] , afgelegd ter terechtzitting van het hof van 11 oktober 2023.
6.Bevindingen in het proces-verbaal Arbeidsomstandigheden, pagina 18.
7.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten de bedieningshandleiding, pagina 5058.
8.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten het Veiligheidshandboek voor pomp- en distributiemachines, pagina 5087.
9.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten de bedieningshandleiding, pagina 5062.
10.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten de bedieningshandleiding, pagina 5060.
11.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten de bedieningshandleiding, pagina 5062; De bovenste foto op pagina 5020.
12.Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, onder 5°, Sv, te weten het Veiligheidshandboek voor pomp- en distributiemachines, pagina 5087.
13.Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , pagina 2014.
14.Proces-verbaal van verhoor [machinist] , pagina’s 2004 en 2005.
15.Proces-verbaal van verhoor [bediener] , pagina’s 2011 en 2012.
16.De verklaring van [vertegenwoordiger] , afgelegd ter terechtzitting van het hof van 11 oktober 2023.
17.Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 21 april 2020 van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, voor zover inhoudende de verklaring van de vertegenwoordiger van verdachte op pagina 4.