ECLI:NL:GHARL:2023:898
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling met peddel
Op 4 juni 2017 vond een incident plaats waarbij verdachte en aangeefster elkaar mishandelden. Aangeefster deed aangifte tegen verdachte wegens mishandeling met een peddel, terwijl verdachte aangifte deed van een aanval door aangeefster. Het hof beoordeelde de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen, waaronder die van getuige 1 die een groot deel van het incident zag maar niets over de peddel verklaarde, en getuigen 2 en 3 die verklaringen aflegden met aanzienlijke tijdsvertraging en beperkte waarneming.
Het hof achtte de verklaringen van getuigen 2 en 3 niet betrouwbaar vanwege hun relatie tot aangeefster, tijdsverloop en beperkte observaties. De verklaringen van verdachte en aangeefster stonden lijnrecht tegenover elkaar en het dossier bood onvoldoende steun om het tenlastegelegde bewezen te verklaren.
Het hof sprak verdachte vrij omdat geen overtuigend wettig bewijs was dat zij het tenlastegelegde had begaan. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de schuld van verdachte niet was vastgesteld. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs mishandeling met peddel.