ECLI:NL:GHARL:2023:9278

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.319.585
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 lid 3 RVV 1990Art. 67 lid 1 en 2 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging parkeerboete wegens overtreding parkeerverbod op rijbaanstrook

De betrokkene kreeg een boete van €95 opgelegd wegens parkeren op 20 november 2020 op de Van Alkemadelaan in Den Haag, waar een parkeerverbod gold aangegeven met bord E1 en een onderbord. De betrokkene voerde aan dat het parkeerverbod niet gold voor de parkeervakken en dat het bord E1 niet van toepassing was op de tot parkeren bestemde weggedeelten.

Foto’s en het proces-verbaal toonden aan dat het voertuig op een parkeerstrook stond met borden die een parkeerverbod voor de rijbaan en parkeervakken aangaven vanwege werkzaamheden. Het hof oordeelde dat het onderbord duidelijk maakte dat parkeren op de strook niet was toegestaan en dat de strook als rijbaan kon worden beschouwd, waardoor het parkeerverbod van toepassing was.

Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitleg van het verkeersbord en onderbord werd nader toegelicht, waarbij het hof benadrukte dat bord E1 niet geldt voor tot parkeren bestemde weggedeelten, maar in dit geval wel voor de strook waar het voertuig stond.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor parkeren in strijd met het parkeerverbod op de strook die als rijbaan wordt beschouwd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.585/01
CJIB-nummer
: 238400148
Uitspraak d.d.
: 2 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 28 september 2022, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 oktober 2023. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 november 2020 om 9:01 uur op de Van Alkemadelaan in ‘sGravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht omdat het parkeerverbod niet geldt voor de parkeervakken. Het onderbord omschrijft geen beoogd verkeersgedrag omdat is aangegeven dat er niet
kanworden geparkeerd, maar niet dat er niet
magworden geparkeerd. Het bord is niet zo dwingend geformuleerd dat daaruit een verbod tot parkeren in het parkeervak kon volgen. Daarnaast verzet het bord E1 zich er naar zijn aard tegen dat het ook parkeren in de parkeervakken kan verbieden. De reikwijdte van het bord E1 is beperkt tot de rijbaan. Het bord E1 geldt niet voor de tot parkeren bestemde weggedeelten.
3. Uit de foto’s van de gedraging en het aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van 2 april 2021 blijkt dat het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond op een parkeerstrook. Voor en achter het voertuig van de betrokkene stond een geel rechthoekig bord met daarop een afbeelding van een bord E1 met daarbij de tekst “m.i.v. 18 t/m 20 november 9.00 t/m 15.00 kan i.v.m. werkzaamheden niet op de rijbaan of in de vakken worden geparkeerd.”
4. De betrokkene wordt verweten geen gevolg te hebben gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt, namelijk een parkeerverbod (bord E1). In geval van een parkeerverbod is parkeren alleen toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten (artikel 65, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)).
5. In artikel 67, eerste en tweede lid, van het RVV 1990 is verder het volgende bepaald:
“1. Onder verkeersborden aangebrachte onderborden kunnen inhouden:
Een nadere uitleg van het verkeersbord;
Ingeval op een onderbord uitsluitend symbolen voorkomen: het verkeersbord geldt slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag;
Ingeval op een onderbord het woord ‘uitgezonderd’ in combinatie met symbolen voorkomt: het verkeersbord geldt niet voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
2. Indien het beoogde verkeersgedrag wordt aangegeven door middel van teksten of tekens al dan niet in combinatie met symbolen, blijkt het verkeersgedrag uit het onderbord.”
6. Een redelijke uitleg van de onder 3. genoemde tekst op het onderbord brengt mee dat de parkeerstrook waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op de aangegeven data en tijden geen voor parkeren bestemd weggedeelte in de zin van artikel 65, derde lid, van het RVV is. Het hof is verder van oordeel dat het parkeerverbod, aangegeven met een bord E1, gelding heeft op deze strook. Voor de toepassing van bord E1 kan de strook waar het voertuig van de betrokkene stond als rijbaan worden beschouwd, het betreft een weggedeelte dat door een voertuig kan worden bereden, niet zijnde een fietspad of een fiets/bromfietspad. Dit brengt mee dat bord E1 in combinatie met het onderbord het parkeren hier verbiedt. De grond treft geen doel.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.