ECLI:NL:GHARL:2023:9327
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op omgang voor tante wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking met kinderen
De tante verzocht het hof om een omgangsregeling met haar neefje en nichtje vast te stellen, waarbij zij frequentere en langere omgang wilde dan de reeds bestaande regeling die vier keer per jaar plaatsvond. De vader voerde verweer en stelde dat er geen sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de tante en de kinderen, en daarmee geen recht op omgang volgens artikel 1:377a lid 1 BW en artikel 8 EVRM Pro.
Het hof stelde vast dat de kinderen bij de vader wonen en dat de moeder in 2019 is overleden. De tante is een halfzus van de moeder. Voor het overlijden was er regelmatig contact, maar dit was beperkt en na het overlijden is het contact afgenomen en inmiddels vrijwel verdwenen. De tante had warme herinneringen en had zich ingespannen om een band op te bouwen, maar het hof concludeerde dat het contact niet verder ging dan gebruikelijke familiecontacten.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking die een zelfstandig recht op omgang rechtvaardigt. Het ontbreken van family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro betekent dat de tante niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek van de tante werd afgewezen.
Uitkomst: De tante is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot omgang wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking en family life met de kinderen.