ECLI:NL:GHARL:2023:9378
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- M.E. van der Bel
- R. den Ouden
- M. Keppels
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen raadsheren in zorg- en opvoedingszaak
In een civiele zaak over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken van minderjarige kinderen tussen verzoeker en zijn ex-echtgenote, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het hof. Dit verzoek volgde op het voornemen van het hof om ambtshalve een herstelbeschikking te geven op grond van artikel 31 Rv Pro wegens een kennelijke en eenvoudig te herstellen fout.
Verzoeker stelde dat er sprake moest zijn geweest van een niet-transparant 'onderonsje' tussen de advocaat van de wederpartij en het hof, waardoor het herstelbesluit onrechtmatig tot stand zou zijn gekomen. De wrakingskamer onderzocht de ontvankelijkheid en inhoud van het verzoek, waarbij bleek dat het verzoek schriftelijk en tijdig was ingediend, ondanks dat de einduitspraak al was gedaan.
De raadsheren legden uit dat het verzoek tot toezending van het proces-verbaal door de wederpartij de aanleiding was voor het ontdekken van de fout in de beschikking. De wrakingskamer concludeerde dat er geen bewijs was voor geheime contacten of onregelmatigheden. Het hof had de wettelijke procedure gevolgd door partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op het herstelvoornemen.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond en handhaafde de onpartijdigheid van de betrokken raadsheren. De beslissing werd op 4 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is ongegrond verklaard.