ECLI:NL:GHARL:2023:9378

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 oktober 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
200.322.069
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen raadsheren in zorg- en opvoedingszaak

In een civiele zaak over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken van minderjarige kinderen tussen verzoeker en zijn ex-echtgenote, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het hof. Dit verzoek volgde op het voornemen van het hof om ambtshalve een herstelbeschikking te geven op grond van artikel 31 Rv Pro wegens een kennelijke en eenvoudig te herstellen fout.

Verzoeker stelde dat er sprake moest zijn geweest van een niet-transparant 'onderonsje' tussen de advocaat van de wederpartij en het hof, waardoor het herstelbesluit onrechtmatig tot stand zou zijn gekomen. De wrakingskamer onderzocht de ontvankelijkheid en inhoud van het verzoek, waarbij bleek dat het verzoek schriftelijk en tijdig was ingediend, ondanks dat de einduitspraak al was gedaan.

De raadsheren legden uit dat het verzoek tot toezending van het proces-verbaal door de wederpartij de aanleiding was voor het ontdekken van de fout in de beschikking. De wrakingskamer concludeerde dat er geen bewijs was voor geheime contacten of onregelmatigheden. Het hof had de wettelijke procedure gevolgd door partijen in de gelegenheid te stellen te reageren op het herstelvoornemen.

Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond en handhaafde de onpartijdigheid van de betrokken raadsheren. De beslissing werd op 4 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
zaaknummer W200.322.069/02
beslissing van de wrakingskamer van 4 oktober 2023
inzake het verzoek tot wraking, gedaan door
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat: I. Mercanoğlu te Almelo.

1.De procedure

1.1
Op 13 juli 2023 is bij het hof onder zaaknummer 200.322.069/01 een beschikking gegeven in een zaak tussen verzoeker en mevrouw [naam1] , de ex-echtgenote van verzoeker. Daarbij ging het over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van hun beide minderjarige kinderen. Mevrouw [naam1] werd in de procedure bijgestaan door mr. T.H. Westerhof-Dijkstra.
1.2
Op 26 juli 2023 heeft mr. T.H. Westerhof-Dijkstra het hof per e-mailbericht verzocht haar van de zittingen van 9 en 12 mei 2023 het proces-verbaal te doen toekomen.
1.3
Bij brief van 27 juli 2023 heeft het hof partijen en overige belanghebbenden bericht voornemens te zijn om ambtshalve een herstelbeschikking te geven op grond van artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat sprake is van een kennelijke en voor eenvoudig herstel vatbare fout. In die brief heeft het hof partijen en de overige belanghebbenden in de gelegenheid gesteld te reageren op dat voornemen.
1.4
Op 2 augustus 2023 is bij de griffie ingekomen een ‘uitlating tevens houdende verzoek tot wraking’ van de zijde van verzoeker. Dit stuk is doorgezonden aan de wrakingskamer. Blijkens dit stuk wordt de wraking verzocht van de drie behandelend raadsheren, mrs. K. Mans, M.H.F. van Vugt en D.J.M. van de Voort.
1.5
Op 1 september 2023 heeft (de advocaat van) verzoeker het uitgewerkte proces-verbaal van de zitting van 12 mei 2023 ontvangen.
1.6
De genoemde raadsheren hebben niet in de wraking berust. Op 21 september 2023 heeft de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden. Daarbij was verzoeker aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat mr. Mercanoğlu die het wrakingsverzoek namens verzoeker heeft toegelicht. Ook waren aanwezig mrs. Vugt en Van de Voort.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan. Het verzoek kan tijdens een zitting ook mondeling worden gedaan. Het wrakingsverzoek vermeldt de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden; alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen. Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de bedoelde feiten en omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden en voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak.
2.2
Hoewel het wrakingsverzoek is gedaan nadat de einduitspraak al is gedaan, zal de wrakingskamer het verzoek toch inhoudelijk beoordelen. De behandelend raadsheren hebben partijen te kennen gegeven voornemens te zijn de beschikking ambtshalve te herstellen op grond van artikel 31 Rv Pro en partijen in de gelegenheid gesteld op dat voornemen te reageren. Het zou dus kunnen dat de gegeven eindbeslissing (op punten) nog aangepast wordt. Dat is voor de wrakingskamer in dit geval voldoende om verzoeker te ontvangen in zijn verzoek.

3.De inhoudelijke beoordeling van het verzoek

3.1
Het door verzoeker ingezonden stuk is deels een reactie op het voornemen van de behandelend raadsheren om de beschikking ambtshalve te herstellen en deels een verzoek tot wraking. De wrakingskamer zal zich enkel uitlaten en oordelen over het verzoek tot wraking en niet over de vraag of de door de behandelend raadsheren geconstateerde vergissing zich al dan niet leent voor een herstel op grond van artikel 31 Rv Pro.
3.2
Het wrakingsverzoek komt kort weergegeven erop neer dat het verzoeker niet duidelijk is hoe de beslissing om ambtshalve te willen overgaan tot herstel van de beschikking tot stand is gekomen. Volgens verzoeker is dat niet transparant. De wijze waarop de brief van 27 juli 2023 tot stand is gekomen, ziet verzoeker als een procedurele onvolkomenheid die de kern van de onafhankelijke rechtspraak raakt. Het verzoek is ter zitting nader toegelicht.
3.3
In die nadere toelichting heeft de advocaat van verzoeker aangevoerd dat hij het verbazingwekkend vindt dat er slechts een dag nadat de advocaat van de wederpartij heeft verzocht om het proces-verbaal aan haar toe te zenden, al een brief vanuit het hof is verzonden aan belanghebbenden dat er een kennelijke fout is geconstateerd in de beschikking en dat het hof voornemens is die te herstellen op grond van artikel 31 Rv Pro. Verzoeker kan niet geloven dat het hof ambtshalve de kennelijke fout zo snel heeft ontdekt. Het ging namelijk om een klein punt dat het hof volgens verzoeker enkel kan hebben ontdekt op aangeven van de advocaat van de wederpartij. Er moet dus contact zijn geweest, aldus nog steeds verzoeker, tussen de advocaat van de wederpartij en de griffie van het hof waarbij het voorgaande is besproken.
3.4
De behandelend raadsheren hebben het volgende toegelicht ter zitting van de wrakingskamer. Het hof, althans in eerste instantie de griffie, heeft voormeld verzoek om het toezenden van het proces-verbaal ontvangen. Dat is geen ongebruikelijk verzoek. Dat verzoek is meteen - diezelfde dag nog - in behandeling genomen. Bij het uitwerken van het proces-verbaal viel daarbij direct op dat hetgeen besproken is op zitting niet aansloot bij het dictum in de beschikking. Ter zitting was namelijk besproken en daarover was ook iedereen het eens, dat de omgangsregeling zoals die feitelijk door partijen wordt uitgevoerd vast zou worden gelegd in de beschikking. Dat is abusievelijk niet juist in het dictum van de beslissing terecht gekomen.
3.5
De wrakingskamer overweegt als volgt. Op 26 juli 2023 heeft mr. T.H. Westerhof-Dijkstra het hof per e-mailbericht (kennelijk zonder cc aan mr. Mercanoğlu) verzocht om haar de processen-verbaal van de zittingen van 9 en 12 mei 2023 te doen toekomen. Dat e-mailbericht bevindt zich bij de stukken en is (inmiddels) ook bij verzoeker en zijn advocaat bekend. In dat e-mailbericht staat verder niets anders vermeld dan voormelde vraag. De advocaat van verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij met mr. Westerhof-Dijkstra nog contact heeft gehad en dat die hem desgevraagd heeft bevestigd dat zij enkel om het proces-verbaal heeft verzocht zoals vermeld in het e-mailbericht. Niettemin stelt verzoeker zich op het standpunt dat er kennelijk een ‘onderonsje’ moet zijn geweest.
3.6
Op grond van artikel 31 Rv Pro verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechter gaat niet tot de verbetering over dan na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld zich daarover uit te laten. Dat is wat er in deze zaak is gebeurd; partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een voornemen. Een beslissing is nog niet genomen. De wettelijke regeling is dus gevolgd. Dat het herstel van de beschikking buiten het zicht van verzoeker tussen
mr. Westerhof-Dijkstra en het hof inhoudelijk zou zijn besproken is op geen enkele wijze aangetoond of ook maar enigszins aannemelijk gemaakt. De wrakingskamer zal daarom het wrakingsverzoek ongegrond verklaren.

4.De beslissing

De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:
verklaart het verzoek tot wraking van mrs. K. Mans, M.H.F. van Vugt en D.J.M. van de Voort ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.E. van der Bel, voorzitter, R. den Ouden en
M. Keppels en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken
op 4 oktober 2023.