ECLI:NL:GHARL:2023:9484
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid boa openbaar vervoer werkzaam bij privaatrechtelijke rechtspersoon met overheidsaandeel
In deze zaak stond de bevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) openbaar vervoer centraal die werkzaam is bij een privaatrechtelijke rechtspersoon, [naam1] BV, waarvan de aandelen volledig in handen zijn van een overheidslichaam. De betrokkene was gesanctioneerd voor het doorrijden bij een rood knipperlicht bij een spoorwegovergang.
De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat de boa niet bevoegd was omdat [naam1] BV geen publiekrechtelijke rechtspersoon zou zijn, zoals vereist in de Beleidsregels Boa. De advocaat-generaal stelde daarentegen dat [naam1] BV als publiekrechtelijke rechtspersoon moest worden aangemerkt, onderbouwd met verwijzingen naar overheidsinformatie.
Het hof oordeelde dat hoewel [naam1] BV geen openbaar vervoersbedrijf is, het wel voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 3.1 van de Beleidsregels Boa, omdat het volledig in handen is van een overheidslichaam. Hierdoor kan het als publiekrechtelijke rechtspersoon worden beschouwd in de zin van paragraaf 9.1 van de Beleidsregels Boa. De sanctie is daarom rechtmatig opgelegd door de boa.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd; de boa was bevoegd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.