Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in (het principaal) hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene, die verplichte zorg ontvangt op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), diende een klacht in tegen zijn gedwongen overplaatsing en verzocht om schadevergoeding. De klachtencommissie kende een vergoeding van €100 toe, maar de rechtbank verklaarde de klacht ongegrond en wees het schadevergoedingsverzoek af. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank, die vervolgens de klacht gegrond verklaarde en dezelfde schadevergoeding toekende.
Betrokkene en verweerster stelden elk hoger beroep in tegen verschillende beslissingen omtrent de schadevergoeding. Het hof oordeelde dat het schadevergoedingsverzoek onderdeel is van de klachtprocedure zoals bedoeld in art. 10:11 Wvggz Pro, waartegen slechts cassatieberoep openstaat. Daarom zijn de hoger beroepen niet-ontvankelijk. Ook een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de bestreden beschikkingen verandert hier niets aan.
Het hof verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en verweerster niet-ontvankelijk in haar incidenteel hoger beroep. Hiermee is de uitspraak van de rechtbank over de schadevergoeding definitief, behoudens cassatie.
Uitkomst: Het hof verklaart betrokkene en verweerster niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de beslissing over schadevergoeding in de klachtprocedure Wvggz.