ECLI:NL:GHARL:2023:9542

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
Wahv 200.326.599
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens rijden

De betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 27 januari 2022 in Barendrecht. Hij stelde dat hij geen telefoon vasthield maar een pakje koekjes. Ter onderbouwing werd een foto overgelegd. De ambtenaar verklaarde echter duidelijk dat hij een mobiele telefoon zag die licht uitstraalde, met de handpalm naar boven gericht.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beslissing. Het hof oordeelde dat de argumenten en foto onvoldoende waren om twijfel te zaaien over de waarneming van de ambtenaar. De uitleg over de handpalm werd als een misverstand gezien. Er is geen wettelijke verplichting om de kleur van de telefoon te noteren.

Het hof concludeerde dat de gedraging voldoende vaststaat en wees het beroep van de betrokkene af. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen. De boete van €250 blijft gehandhaafd.

Uitkomst: De boete van €250 voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.326.599/01
CJIB-nummer
: 247182203
Uitspraak d.d.
: 13 november 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 januari 2022 om 15:20 uur op de Dierensteinweg in Barendrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene erbij blijft, zoals hij ook bij staandehouding heeft verklaard, dat hij geen telefoon vast hield maar koekjes. Hij was tuc-tucs aan het eten en had zijn hand op het pakje met koekjes. Ter onderbouwing is in hoger beroep een foto overgelegd. In de verklaring van de ambtenaar wordt niet aangegeven welke kleur de telefoon had. Dat de telefoon licht zou hebben uitgestraald en dat de ambtenaar dit zou hebben waargenomen acht de betrokkene ongeloofwaardig, aangezien het een zonnige dag was en de gedraging om 15:20 uur zou zijn begaan. De ambtenaar heeft enkel in algemene bewoordingen aangegeven hoe ver hij van de weg af stond en dat hij goed zicht had. De vraag is echter of wat de ambtenaar zag daadwerkelijk een mobiele telefoon betrof of iets anders. De ambtenaar was al gericht op het constateren van een telefoon in de hand waardoor hij/zij ook sneller geneigd is om een telefoon waar te nemen als iemand iets in zijn hand heeft. Nog los van het feit dat geen telefoon werd vastgehouden, rijst de vraag hoe een verbalisant licht kan zien uitstralen als de handpalm naar boven is gericht. De hand ligt dan bovenop een voorwerp. Als het daadwerkelijk een telefoon zou zijn dan ligt het voor de hand dat het scherm in dat geval naar onderen zou zijn gericht.
3. Ter onderbouwing is in hoger beroep een niet gedateerde foto overgelegd. Daarop is de middenconsole van een auto te zien met daarin een aangebroken verpakking, die van Tuc-zoutjes zou kunnen zijn, en een in het midden van het dashboard bevestigd scherm.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De ambtenaar die de waarneming heeft gedaan heeft in zijn proces-verbaal van 16 maart 2022 het volgend verklaard:
“Op donderdag 27 januari 2022, omstreeks 15:20 uur, bevond ik mij op de Dierensteinweg te Barendrecht. Ik bevond mij op het trottoir ter hoogte van de voetgangersverkeerslichten nabij de kruising met de Lorentzweg. Aldaar zag ik, op genoemde datum en tijdstip, een man als bestuurder van een personenauto van het merk Volkswagen type ID3, kleur grijs, voorzien van het kenteken [kenteken] reed. Ik zag dat deze bestuurder reed komende uit de richting van de IJsselmondse Randweg en gaande in de richting van de Henri Dunantlaan te Barendrecht. Ik zag dat deze bestuurder van voornoemde personenauto een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield. Ik zag dat hij op dat moment zijn telefoon kort boven zijn dij van zijn rechterbeen vasthield, met zijn handpalm naar boven gericht. Ik zag dat hij in deze handpalm een mobiele telefoon vasthield. Ik zag tevens dat deze mobiele telefoon licht uitstraalde. Op het moment dat ik deze waarneming deed, stond ik op het trottoir, tegen de rijbaan aan. Op het moment dat voornoemde bestuurder mij passeerde, stond ik ongeveer één meter van de rijbaan waar hij op reed. Hierdoor had ik goed zicht op het gezicht, de romp en de bovenbenen van deze bestuurder.”
6. De ambtenaar die de staandehouding heeft verricht, heeft in zijn proces-verbaal van 17 maart 2022 verklaard, voor zover hier van belang, dat hij in de auto van de betrokkene twee telefoons zag liggen, binnen handbereik. Hij heeft de bestuurder na het geven van de cautie ook gevraagd welke telefoon hij vast had tijdens het rijden. De betrokkene heeft verklaard: “ik heb letterlijk een scherm in mijn auto waar ik alles mee kan doen. Ik heb wat koekjes gepakt en dat heeft hij voor een mobiel aangezien.”
7. De betrokkene ontkent de gedraging, maar de aangevoerde argumenten en overgelegde foto zijn onvoldoende om twijfel te doen ontstaan aan de waarneming van de ambtenaar en geven geen aanleiding om aan te nemen dat deze vanaf de door hem beschreven positie een Tuc-zoutje heeft aangezien voor een mobiele telefoon. Wat de gemachtigde stelt omtrent de handpalm berust op een kennelijk verkeerd begrip: de handpalm is de binnenkant van de hand. Geen rechtsregel schrijft voor dat de kleur van de telefoon moet worden genoteerd om de gedraging te kunnen vaststellen. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om vergoeding van proceskosten afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.