ECLI:NL:GHARL:2023:9672

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
15 november 2023
Zaaknummer
21-000352-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 422 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit van voorwerpen bestemd voor grootschalige hennepteelt

Op 12 mei 2021 ontving de politie een melding van een verdachte situatie bij een flatwoning in een Nederlandse plaats. Bij een controle werden in een bestelbus, waarin verdachte zat, diverse voorwerpen aangetroffen zoals slakkenhuizen, kweeklampen, bloempotten en een ventilator. In een geparkeerde bestelauto werden henneptakken en plantenresten gevonden.

Verdachte werd beschuldigd van het bezit en vervoer van voorwerpen die bestemd waren voor grootschalige of professionele hennepteelt, in strijd met artikel 11a van de Opiumwet. De politierechter veroordeelde verdachte tot een taakstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij.

Het hof oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om vast te stellen dat de aangetroffen materialen in de bestelbus daadwerkelijk bestemd waren voor grootschalige hennepteelt. Ook de foto’s en de algemene beschrijvingen boden onvoldoende duidelijkheid over aantallen en bestemming. Bovendien was een groot aantal goederen in de flatwoning achtergebleven, die niet aan verdachte konden worden toegerekend.

Daarom kon niet bewezen worden dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en sprak het hof hem vrij.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor bezit en vervoer van voorwerpen bestemd voor grootschalige hennepteelt.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000352-22
Uitspraak d.d.: 14 november 2023
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 17 januari 2022 met parketnummer 18-126547-21 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
wonende te [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De vordering strekt tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het tenlastegelegde en veroordeling tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. L.C. de Lange, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren, indien niet naar behoren verricht, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 12 mei 2021 te [pleegplaats] , gemeente [pleeggemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten een (grote) hoeveelheid bloempotten en/of een of meerdere slakkenhuizen en/of een of meerdere kweeklampen en/of een of meerdere ventilatoren, waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Artikel 11a van de Opiumwet stelt (voor zover hier van belang) strafbaar degene die voorwerpen voorhanden heeft of vervoert, waarvan hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het telen van hennep in de uitoefening van een beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet dan wel tot het grootschalig telen van hennep als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet.
Uit de stukken is het volgende gebleken.
Op 12 mei 2021 ontving de politie een melding van een verdachte situatie bij een flatwoning aan de [adres] in [pleegplaats] . De politie is ter plaatse gegaan, maar op herhaaldelijk aanbellen en roepen werd niet door bewoners gereageerd, hoewel het leek alsof zich wel personen in de woning bevonden. Op grond van de melding en sporen vermoedden verbalisanten de aanwezigheid van een hennepkwekerij en ze besloten te wachten of er alsnog iemand zou verschijnen.
Bij de bergingen onder in het flatgebouw lagen sporen van potgrond op de grond richting de uitgang van de berging aan de zijkant van de flat. Bij deze uitgang stonden zwarte emmers, met een ventilator erin. Aan de achterkant van het flatgebouw stond een lichtgrijze bestelauto (Mercedes Vito) geparkeerd.
Een van de verbalisanten zag een donkergekleurde bestelbus (VW Crafter) langzaam langsrijden. De tenaamgestelde van de bestelbus bleek antecedenten te hebben op het gebied van de Opiumwet. Door een omstander werd verteld dat deze bus eerder personen had opgepikt bij de woning aan de [adres] . Dit voertuig werd even later op de [snelweg] gesignaleerd en heeft een stopteken gekregen. Er zaten in totaal vijf personen in het voertuig. Verdachte zat in de laadruimte van de auto. In de laadruimte werden twee slakkenhuizen, kweeklampen, bloempotten en een ventilator aangetroffen. In dit voertuig lagen ook de sleutels van de lichtgrijze bestelauto (Mercedes Vito), die aan de achterzijde van het flatgebouw geparkeerd stond. In de laatstgenoemde bestelauto werden henneptakken, folie en zakken met plantenresten/hennepresten aangetroffen.
Het hof overweegt dat uit de aan de [adres] aangetroffen situatie en de gezamenlijkheid van de aangetroffen voorwerpen redelijkerwijs kan worden afgeleid dat zich in de woning aan de [adres] in [pleegplaats] een hennepkwekerij heeft bevonden. Uit de overige bevindingen en uit - onder meer - de verklaring van [betrokkende] blijkt dat verdachte samen met anderen in die flatwoning aanwezige spullen zou opruimen en meenemen. Dit opruimen en meenemen van spullen die bij een hennepkwekerij zijn gebruikt is echter niet zonder meer gelijk te stellen aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen, in de zin dat verdachte goederen die zijn bestemd voor grootschalige of beroeps-/bedrijfsmatige hennepteelt voorhanden had of vervoerde.
Het hof constateert dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de aangetroffen materialen in de bestelbus waarin verdachte zich bevond bestemd waren voor grootschalige of professionele hennepteelt. Het vervoer van [pleegplaats] naar [plaats] van de aangetroffen spullen en de toegezegde vergoeding voor degenen die de klus zouden klaren acht het hof in dat verband onvoldoende.
Het hof merkt op dat in het dossier (pagina’s 63-64) slechts een algemene beschrijving wordt gegeven van hetgeen in de VW Crafter is aangetroffen, te weten twee slakkenhuizen, kweeklampen, bloempotten en een ventilator. Dat deze bestemd zijn voor grootschalige of professionele hennepteelt volgt hieruit niet. Ook de foto’s (met daarop onder meer drie stapels kweekpotten) verschaffen onvoldoende duidelijkheid over aantallen en/of aanwijzingen voor de bestemming van de goederen. Verder is uit het dossier op te maken dat in de flatwoning nog een (groot) aantal goederen was achtergebleven, waaronder 38 assimilatieslampen, transformatoren, koolstoffilters en slakkenhuizen (ruimlijst op pagina 25). Van deze goederen kan derhalve niet gezegd worden dat verdachte deze voorhanden heeft gehad en/of vervoerd.
Gelet op het vorenstaande dient verdachte van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. O. Anjewierden, voorzitter,
mr. A.J. Rietveld en mr. E.C.M. Wolfert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,
en op 14 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.