Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 13 juli 2022;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties, en
- een journaalbericht van mr. mr. A.Y.M. Jansse van 27 december 2023 met producties.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2008 in [plaats1] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2013 in [plaats2] ,
- de ene week op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur;
- de andere week van zaterdag 14.00 uur tot zondag 19.00 uur, en
- een vaste middag in de week.
4.De omvang van het geschil
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven de eerste helft van de zomervakantie bij de vader en de tweede helft van de zomervakantie bij de moeder;
- Bij aanvang van het schooljaar wordt door de ouders bepaald in welke twee vakantieweken van de herfstvakantie, voorjaarsvakantie of meivakantie de kinderen bij de vader zullen verblijven;
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven op de volgende feestdagen bij de vader:
- voor de overige feestdagen wordt de weekregeling aangehouden;
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven tijdens studiedagen bij de moeder, en
- de moeder heeft de paspoorten van de kinderen in beheer.
- te bepalen dat [de minderjarige2] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft en [de minderjarige1] bij de moeder;
- de volgende zorgregeling vast te stellen:
- paspoorten: oude regeling zoals verwoord in het ouderschapsplan herleeft;
- de raad te verzoeken een onderzoek te doen en te adviseren over de zorgregeling die recht doet aan de belangen van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ;
- met veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.