ECLI:NL:GHARL:2024:1022

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.329.702/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor hinderlijk parkeren nabij kruispunt volgens artikel 5 WVW 1994

De betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig binnen vijf meter van een kruispunt, wat volgens de ambtenaar gevaar en hinder voor het verkeer veroorzaakte. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene dat bij een specifieke feitcode voor het parkeren nabij een kruispunt geen algemene feitcode gebruikt mocht worden. De advocaat-generaal stelde voor de feitcode te wijzigen naar de specifieke gedraging van parkeren binnen vijf meter van een kruispunt.

Het hof stelde vast dat het voertuig inderdaad binnen vijf meter van een kruispunt stond en dat het parkeren hinder veroorzaakte door het zicht te belemmeren en passerende voertuigen te dwingen uit te wijken. Het hof oordeelde dat niet alle hinder gevat is in de specifieke feitcode en bevestigde daarom de sanctie op grond van artikel 5 WVW Pro 1994. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 voor hinderlijk parkeren binnen vijf meter van een kruispunt en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.329.702/01
CJIB-nummer
: 247575013
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 januari 2024. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd” (feitcode R395). Deze gedraging zou zijn verricht op 14 februari 2022 om 19.53 uur op de Hertingenstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter niet heeft onderkend dat indien er een specifieke feitcode voor een bepaalde gedraging is, geen gebruik kan worden gemaakt van een algemene feitcode. In het onderhavige geval verklaart de ambtenaar dat het voertuig binnen vijf meter van een kruispunt stond geparkeerd. De gemachtigde heeft van meet af aan gesteld dat de algemene feitcode om die reden niet kon worden gebruikt.
3. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal stelt zich ter zitting op het standpunt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld en verzoekt het hof om de feitcode te wijzigen. Volgens de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal is er sprake van de gedraging “als bestuurder een voertuig parkeren bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan.” (feitcode R397a).
4.
De gedraging met feitcode R395 waarvoor de onderhavige sanctie is opgelegd, betreft de overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Dit artikel luidt:
“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”
5.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene voertuig stil stond midden op de weg, op de Hertingenstraat in Amsterdam. Ik zag dat de betrokkene voertuig geen ontheffing of vrijstelling had om het voertuig daar stil te laten. Ik zag dat andere voertuigen, het voertuig rustig passeerden. Dit in verband met weinig zicht door het voertuig en gevaarlijk stilstaan op de weg.
Overtreden artikel: 5 WVW 1994. (…)”
6. Het dossier bevat een aanvullend proces-verbaal van 11 juli 2022, waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Ik (…) zag op genoemde dag, datum en tijd een auto stilstaan op de weg. Ik zag dat de auto het kenteken [kenteken] had. (…) Het voertuig stond binnen vijf meter van een kruispunt geparkeerd. Ik vond dat het voertuig voor hinder zorgde door asociaal stil te staan op de weg. Er waren voldoende parkeerplaatsen. Dit is de reden geweest dat ik voor dat feitcode heb gekozen. (…)”.
7. Verder is een foto van de gedraging bijgevoegd. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene op de rijbaan staat naast een verhoogde trottoirband. Achter het voertuig is een verkeersdrempel zichtbaar. De achterwielen van het voertuig bevinden zich ter hoogte van deze drempel. Daarnaast bevindt zich in het dossier een uitdraai van Google Street View van de plek waar het voertuig geparkeerd stond. Te zien is dat sprake is van een t-splitsing. Aan de andere zijde van de rijbaan waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd bevindt zich haaks op de rijbaan een aantal parkeervakken.
8. Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan. Dit wordt door de betrokkene ook niet ontkend.
9. Uit de verklaringen van de ambtenaar en de foto en afbeelding van Google Street View in het dossier blijkt dat het voertuig van de betrokkene op dusdanige wijze stond geparkeerd dat het verkeer op de weg kon worden gehinderd. Deze hinder bestond eruit dat door het op deze wijze plaatsen van het voertuig het zicht van het verkeer dat wilde passeren werd belemmerd. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat passerende voertuigen moeten uitwijken voor het voertuig van de betrokkene en daarbij worden gedwongen de weghelft van tegenliggers te gebruiken. Verder wordt door het voertuig de doorgang van en naar de parkeervakken bemoeilijkt. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode R395 is verricht.
10. De omstandigheid dat in dit geval ook een sanctie (met een lager bedrag) kon worden opgelegd voor de gedraging met feitcode R397a (parkeren bij een kruispunt binnen een afstand van vijf meter daarvan) brengt niet mee dat het de ambtenaar niet vrijstond om een sanctie op te leggen voor overtreding van artikel 5 WVW Pro 1994. Niet alle geconstateerde hinder kan namelijk geacht te zijn verdisconteerd in de gedraging met die specifieke feitcode. De aangevoerde grond faalt.
11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter juist beslist. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.
12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.