Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat een spoedappel centraal over de zorgregeling tussen een vader en zijn twee jonge kinderen. De ouders hebben hun relatie verbroken en hebben geen ouderschapsplan opgesteld. Na een incident op 6 augustus 2023 waarbij de vader onder invloed met de kinderen in een auto werd aangetroffen, werd de omgangsregeling stopgezet. De vader vorderde nakoming van een zorgregeling, terwijl de moeder dit betwistte en schorsing van de regeling vroeg.
De voorzieningenrechter stelde op 13 november 2023 een zorgregeling vast waarbij de kinderen eens per twee weken onder begeleiding bij de vader verbleven. De moeder gaf echter geen uitvoering aan dit vonnis. In hoger beroep oordeelt het hof dat het belang van de kinderen vereist dat het contact met de vader op zeer korte termijn wordt hersteld en dat de zorgregeling wordt uitgebreid naar een wekelijkse verblijfsregeling zoals oorspronkelijk overeengekomen.
Het hof neemt mee dat de kinderen sinds oktober 2023 hun vader niet meer hebben gezien, dat begeleide contacten positief waren en dat geen structurele zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de vader zijn gebleken. De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling met ingang van 21 februari 2024, met een dwangsom van € 500 per dag bij niet-nakoming, tot maximaal € 10.000. De proceskosten worden gecompenseerd. De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van een voorlopige zorgregeling met ingang van 21 februari 2024 en een dwangsom bij niet-nakoming.