ECLI:NL:GHARL:2024:1141

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
21-000285-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van belediging van een agent wegens onvoldoende overtuigend bewijs

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor het beledigen van een ambtenaar in functie. De tenlastelegging betrof het gebruik van de woorden 'Kankerlijer' en 'hoerenloper' richting een agent tijdens diens rechtmatige bediening.

Tijdens de terechtzitting op 31 januari 2024 heeft het hof het dossier en aanvullend beeldmateriaal, ingebracht door de verdediging, bestudeerd. Hoewel er voldoende wettig bewijs aanwezig was, kon het hof niet met overtuiging vaststellen dat verdachte daadwerkelijk de beledigende woorden heeft uitgesproken. De verklaringen van de agent en getuigen verschilden van de waarneming van het hof bij het bekijken van de beeldfragmenten.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. De vrijspraak werd gemotiveerd door gerede twijfel over de schuld van verdachte, waarbij het hof het bewijs in het dossier en de waarnemingen uit het beeldmateriaal tegen elkaar afwoog.

De advocaat-generaal had een veroordeling met een voorwaardelijke geldboete geëist, maar het hof volgde dit niet. De uitspraak werd op 14 februari 2024 uitgesproken door een meervoudige kamer in Zwolle.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde wegens onvoldoende overtuigend bewijs.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000285-23
Uitspraak d.d.: 14 februari 2024
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen , van 13 januari 2023 met het parketnummer 18-109695-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de politierechter en veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een voorwaardelijke geldboete van € 200,00 subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van één jaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. A.M. Veld, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 350,00 subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van één jaar.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2019 te [pleegplaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] ( [functie] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Kankerlijer" en/of "hoerenloper", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat weliswaar voldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is, maar dat daaruit niet de overtuiging kan worden bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Daaraan heeft mede bijgedragen de aan het dossier toegevoegde, door de raadsvrouw meegebrachte beeldfragmenten van het betreffende incident, die ter terechtzitting zijn afgespeeld. De beleving van de gebeurtenissen die agent [naam] en een aantal getuigen in hun verklaringen beschrijven, geeft een ander beeld van de situatie dan hetgeen het hof zelf heeft waargenomen op de beeldfragmenten. Gelet op vorenstaande is bij het hof gerede twijfel ontstaan of verdachte aangever heeft beledigd door hem de woorden ‘Kankerlijer’ en ‘hoerenloper’ toe te voegen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. E.W. van Weringh en mr. C. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,
en op 14 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.