ECLI:NL:GHARL:2024:1207

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.312.485/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking parkeerverbodszone wegens onvoldoende bewijs bebording

De betrokkene werd een sanctie van €95 opgelegd voor parkeren in een parkeerverbodszone op de Beukenlaan te Eindhoven. De betrokkene betwistte de aanwezigheid van het bord E1 dat het parkeerverbod aanduidt en stelde dat de ambtenaar dit niet aannemelijk had gemaakt.

Het hof overwoog dat de ambtenaar ter plaatse was, maar dat de verklaring over de bebording niet gebaseerd was op een daadwerkelijke waarneming van het bord op het moment van de overtreding. Er ontbraken nadere stukken die de aanwezigheid en zichtbaarheid van het bord op de gevolgde toegangsweg bevestigen.

Gezien het ontbreken van bewijs dat het bord daadwerkelijk aanwezig was op het moment van de overtreding, kon niet worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden. Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van het parkeerverbodsbord.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.312.485/01
CJIB-nummer
: 238570407
Uitspraak d.d.
: 19 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 28 april 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(zone))”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 december 2020 om 11.23 uur op de Beukenlaan in Eindhoven, met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat er geen bord E1 stond. Aan de Beukenlaan is geen sprake van een verbodszone. De ambtenaar heeft dit niet aannemelijk gemaakt, nu hij slechts een standaard aanvullend proces-verbaal heeft overgelegd, dat niet op de zaak is toegespitst. Dat op iedere toegangsweg borden stonden is onvoldoende. De betrokkene heeft geen zonebord waargenomen op de door hem gebruikte rijroute vanaf het Klokgebouw. Het ligt op de weg van de advocaat-generaal om schouwrapporten over te leggen van het desbetreffende zonebord. De beschikking had daarom vernietigd moeten worden.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“ Ik zag het betrokken voertuig geparkeerd staan in een parkeerverbodszone geheel buiten de vakken op de Beukenlaan te Eindhoven. Ik zag geen laad- of losactiviteiten gedurende tien minuten bij het voertuig”
5. Verder bevat het dossier aanvullende processen-verbaal van 19 februari 2021 en 23 september 2021. Hierin verklaart de ambtenaar op ambtsbelofte onder andere het volgende:
“Zonebord [E1-ZB] 10 minuten toezicht. Geen laad en los activiteiten waargenomen. Locatie ligt binnen parkeerverbodszone. Parkeren alleen toegestaan in de daarvoor bestemde vakken.
In het verweer gevraagde bebording: op elke toegangsweg in dit gebied staat de juiste bebording en is hierdoor sluitend om te handhaven.”
6. Het dossier bevat voorts het brondocument (de aankondiging van beschikking) waarbij foto’s van de gedraging zijn gevoegd.
7. In het overzichtsarrest van het hof van 28 februari 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:1803) heeft het hof overwogen dat het bij een parkeerverbodszone niet noodzakelijk is dat op alle toegangswegen waarlangs de zone kan worden bereikt de aanwezigheid van de bebording is vastgesteld. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de zone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. Dit uitgangspunt brengt mee dat een betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, moet aangeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken.
8. In dit geval was de ambtenaar ter plaatse. Dit brengt mee dat ervan kan worden uitgegaan dat hij de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd. Dit uitgangspunt kan hier evenwel niet worden gehanteerd. Hetgeen in het aanvullend proces-verbaal staat opgenomen over de bebording van de zone betreft geen waarneming van de ambtenaar van de aanwezigheid van die bebording ten tijde van de gedraging, maar slechts de stelling dat op elke toegangsweg de juiste bebording staat.
9. Dit brengt mee dat in dit geval uit nadere stukken zal moeten blijken dat op de gevolgde toegangsweg:
a. a) op enig moment vóór de vermeende gedraging een bord is geplaatst;
b) op enig moment ná de vermeende gedraging dat bord nog aanwezig was en
c) (indien er sprake is van een tijdsverloop van meer dan 6 maanden tussen de vastgestelde aanwezigheid van de bebording en de gedraging) na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen.
10. Deze informatie omtrent de aanwezigheid en zichtbaarheid van het zonebord E1 op de door de betrokkene gereden toegangsweg ontbreekt.
11. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Hetgeen overigens namens de betrokkene naar voren is gebracht behoeft daarmee geen bespreking meer.
12. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.343,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.