ECLI:NL:GHARL:2024:1213

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.329.395/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking roodlichtpassage wegens onvoldoende bewijs

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €250 wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 24 augustus 2021 in Arnhem. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. De betrokkene stelde dat hij wel gestopt was en dat de foto’s te donker waren om de overtreding te bewijzen.

Het gerechtshof oordeelde dat de foto’s onvoldoende kwaliteit hadden om vast te stellen dat het rode licht daadwerkelijk werd gepasseerd. Er waren geen duidelijke verkeerslichten of stopstrepen zichtbaar op de foto’s, alleen een oplichtende kentekenplaat en reflectoren. De officier van justitie had geen aanvullende duidelijke foto’s overgelegd.

Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, begroot op €1.343,-. Het hof benadrukte dat bij geautomatiseerde vaststelling van gedragingen de foto’s van voldoende kwaliteit moeten zijn om de overtreding te kunnen vaststellen.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor roodlichtpassage wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.329.395/01
CJIB-nummer
: 243784420
Uitspraak d.d.
: 19 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 augustus 2021 om 21.37 uur op de Nijmeegseweg kruising Akeleistraat in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene is gestopt voor het rode verkeerslicht. Voor zover de betrokkene niet voor de stopstreep zou zijn gestopt, volgt daaruit nog niet dat het rode verkeerslicht is gepasseerd. De foto’s in het dossier zijn dermate donker dat niet kan worden vastgesteld dat het rode verkeerslicht is gepasseerd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 22.0 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
4.
In het dossier bevinden zich twee zeer donkere foto’s, waarop het kenteken [kenteken] is uitvergroot. Op de foto’s is niet veel anders waar te nemen dan een oplichtende kentekenplaat en twee oplichtende reflectoren. De contouren van het betreffende voertuig zijn niet waar te nemen, noch (een) duidelijk(e) (rood licht uitstralend(e)) verkeerslicht(en) en evenmin een stopstreep of andere markeringen op het wegdek. Voor zover de officier van justitie heeft gesteld dat hij beschikt over duidelijke (scherm)foto’s, heeft hij die niet aan het dossier toegevoegd. De advocaat-generaal heeft uitstel gevraagd voor het indienen van een verweerschrift, maar daarna niets meer van zich laten horen.
5. Het hof stelt vast dat op basis van de foto’s de gedraging niet kan worden vastgesteld. Bij gedragingen als deze, waarbij de gedraging door de ambtenaar (mede) op basis van foto’s wordt vastgesteld, dienen de foto’s van de gedraging die aan het dossier worden toegevoegd van zodanige kwaliteit te zijn dat daarop de gedraging kan worden waargenomen (vgl. het arrest van het hof van
2 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3419). De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.343,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.