ECLI:NL:GHARL:2024:1225

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
20 februari 2024
Zaaknummer
200.332.869
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 BWArt. 1:452 BWArt. 1:5 lid 2 WvggzArt. 8:9 lid 4 WvggzArt. 1:3 lid 4 Wvggz
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging mentorschap wegens onvermogen eigen belangen te behartigen

De kantonrechter stelde een mentorschap in voor betrokkene en benoemde een professionele mentor, omdat betrokkene door zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen goed waar te nemen. Betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beschikking.

Het hof oordeelt dat het mentorschap terecht is ingesteld. De zorgaanbieder handelde correct door dit te verzoeken, aangezien er geen geschikte vertegenwoordiger beschikbaar was in het netwerk van betrokkene. De moeder van betrokkene is betrokken, maar door een taalbarrière onvoldoende in staat zijn belangen te behartigen.

Betrokkene is gediagnosticeerd met een psychose binnen een schizofreniespectrumstoornis en een lichte verstandelijke beperking. Een recent psychiatrisch onderzoek bevestigt dat hij geen overzicht heeft over zijn situatie en daardoor geen weloverwogen keuzes kan maken over zijn zorg. Het hof vindt het in het belang van betrokkene dat een mentor zijn belangen behartigt wanneer hij dat zelf niet kan.

Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juni 2023, waarmee het mentorschap werd ingesteld en de mentor benoemd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot instelling van mentorschap en benoeming van mentor voor betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.332.869
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10514039
beschikking van 20 februari 2024
in de zaak van
[verzoeker],
die verblijft in [verblijfplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. A.E.M.C. Koudijs,
Stichting [belanghebbende1],
die is gevestigd in [vestigingsplaats1] ,
belanghebbende in hoger beroep,
hierna: [belanghebbende1] ,
advocaat: mr. D. Zwartjens,
[de mentor],
die handelt onder de naam
[naam1],
belanghebbende in hoger beroep,
hierna: de mentor,
die is gevestigd in [vestigingsplaats2] ,
[belanghebbende2],
die woont in [woonplaats1] ,
belanghebbende in hoger beroep,
[belanghebbende3],
die woont in het buitenland,
belanghebbende in hoger beroep,
[belanghebbende4],
die woont in [woonplaats2] ,
belanghebbende in hoger beroep,
[belanghebbende5],
die woont in [woonplaats3] ,
belanghebbende in hoger beroep,
[belanghebbende6],
die woont in [woonplaats1] ,
belanghebbende in hoger beroep,
[belanghebbende7],
die woont in [woonplaats4] ,
belanghebbende in hoger beroep,
en
[belanghebbende8],
die woont in [woonplaats5] ,
belanghebbende in hoger beroep.

1.Samenvatting van de beslissing

De kantonrechter heeft een mentorschap ingesteld voor [verzoeker] en mevrouw [de mentor] tot mentor benoemd. Het hof vindt dat dat zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De kern van de zaak

2.1.
[verzoeker] is geboren [in] 1994. Hij is de zoon van [belanghebbende2] en [belanghebbende3] . [verzoeker] is de broer van [belanghebbende4] , [belanghebbende5] , [belanghebbende6] , [belanghebbende7] en [belanghebbende8] .
2.2.
[belanghebbende1] heeft de kantonrechter verzocht om voor [verzoeker] een mentorschap in te stellen en een professionele mentor te benoemen. De kantonrechter heeft dat verzoek toegewezen in de beschikking van 26 juni 2023. De kantonrechter heeft een mentorschap ingesteld voor [verzoeker] en [de mentor] benoemd tot mentor.
2.3.
[verzoeker] is het niet eens met de beschikking van de kantonrechter en komt in hoger beroep. [verzoeker] verzoekt het hof om de beschikking van 26 juni 2023 te vernietigen.
2.4.
[belanghebbende1] voert verweer in hoger beroep en vraagt het hof om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep of het hoger beroep ongegrond te verklaren.
2.5
Het hof heeft de volgende stukken:
  • het beroepschrift, binnengekomen op 25 september 2023, met bijlagen;
  • het verweerschrift met bijlage.
2.6
De zitting bij het hof was op 11 januari 2024. Aanwezig waren:
  • [verzoeker] met zijn advocaat;
  • [naam2] , geneesheer-directeur bij [belanghebbende1] , met de advocaat van [belanghebbende1] ;
  • de mentor;
  • twee begeleiders van [verzoeker] , als toehoorders.

3.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
3.1
De kantonrechter kan een mentorschap instellen voor iemand, als die persoon vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is om zijn (niet-vermogensrechtelijke) belangen (goed) waar te nemen. [1] De rechter die het mentorschap instelt, benoemt een mentor. Bij het kiezen van de mentor volgt de kantonrechter de voorkeur van de betrokkene, tenzij er een goede reden is om dat niet te doen. Het heeft bij het ontbreken of afwijzen van een voorkeur van betrokkene de voorkeur dat één van de ouders, kinderen of broers en zussen van de betrokkene benoemd wordt tot mentor. [2]
3.2
De rechter heeft voor [verzoeker] een zorgmachtiging afgegeven op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Volgens het systeem van de Wvggz moet een betrokkene, zoals [verzoeker] , een vertegenwoordiger hebben die opkomt voor zijn belangen op momenten dat hij dat zelf niet kan. Als voor een betrokkene verplichte zorg wordt ingezet op grond van de zorgmachtiging, moet de zorgaanbieder beoordelen of en in hoeverre de betrokkene zijn belangen kan overzien. Als de zorgaanbieder vindt dat de betrokkene dat niet kan, moet de beslissing tot de verplichte zorg besproken worden met een vertegenwoordiger. [3] Als geen geschikte vertegenwoordiger beschikbaar is, verzoekt de zorgaanbieder aan de kantonrechter om een mentorschap in te stellen en een mentor te benoemen. [4]
Wat vindt het hof?
3.3
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter de juiste beslissing heeft genomen door een mentorschap in te stellen voor [verzoeker] .
3.4
Het hof vindt dat [belanghebbende1] juist heeft gehandeld door een mentorschap te verzoeken voor [verzoeker] . [belanghebbende1] heeft uitgelegd dat [verzoeker] sinds 2020 bij hen in behandeling is. [belanghebbende1] probeert altijd eerst om een geschikte vertegenwoordiger te vinden in het netwerk van hun cliënten. Als dat lukt, is een mentorschap vaak niet nodig. In [verzoeker] netwerk is geen geschikte vertegenwoordiger beschikbaar. De moeder van [verzoeker] is wel betrokken bij hem, maar zij is volgens [belanghebbende1] geen geschikte vertegenwoordiger voor [verzoeker] . Mede vanwege een taalbarrière heeft [verzoeker] moeder onvoldoende zicht op de rechten en plichten die [verzoeker] heeft op grond van de Wvggz. Zij kan daardoor niet voldoende opkomen voor de belangen van [verzoeker] op het gebied van (verplichte) zorg.
3.5
Het hof is van oordeel dat [verzoeker] vanwege zijn geestelijke toestand niet (altijd) in staat is om voor zijn belangen op te komen. Het hof leest in de stukken dat [verzoeker] is gediagnostiseerd met een psychose in het kader van een schizofreniespectrumstoornis en een lichte verstandelijke beperking. [verzoeker] is in november 2023 –in het kader van een second opinion – onderzocht door psychiater [naam3] . Die schrijft dat [verzoeker] nauwelijks overzicht heeft over zijn situatie en daardoor geen weloverwogen keuzes kan maken over de zorg die hij nodig heeft. [belanghebbende1] heeft verteld dat [verzoeker] kwetsbaar is voor psychotische ontregelingen. In november 2022 is [verzoeker] nog opgenomen geweest vanwege zo’n ontregeling. Het hof is van oordeel dat [verzoeker] een mentor nodig heeft om zijn (niet-vermogensrechtelijke) belangen te behartigen. Het hof vindt het ook in het belang van [verzoeker] dat de mentor voor hem op kan komen op momenten dat [verzoeker] dat zelf niet kan.
3.6
[belanghebbende1] heeft op de zitting verklaard altijd eerst te beoordelen of [verzoeker] zelf zijn belangen kan behartigen. Als [verzoeker] dat op een bepaald moment niet kan, neemt [belanghebbende1] contact op met de mentor. Daarnaast zegt [belanghebbende1] toe ook de moeder van [verzoeker] te blijven betrekken bij de zorg voor [verzoeker] .
3.7
Het hof wijst het verzoek van [verzoeker] af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.

4.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juni 2023.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L. Hamer, I.G.M.T. Weijers-van der Marck en K. Mans, bijgestaan door mr. L.M. de Wit als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2024.

Voetnoten

1.Artikel 1:450 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:452 BW Pro.
3.Artikel 1:5 lid 2 en Pro artikel 8:9 lid 4 Wvggz Pro.
4.Artikel 1:3 lid 4 Wvggz Pro.