Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1983 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2023 gescheiden. De man betwistte de partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap, mede vanwege gezondheidsklachten die zijn verdiencapaciteit zouden beperken. Het hof oordeelde dat de klachten niet zonder meer een groot inkomensverlies verklaren en dat het oorspronkelijke inkomen niet substantieel verlaagd kan worden.
De vrouw werkt sinds juni 2023 parttime en haar behoefte aan alimentatie staat niet ter discussie. Het hof bevestigde de alimentatie van € 1.915,- per maand en wees het verzoek van de vrouw tot verhoging af. Tevens werd de vrouw veroordeeld tot betaling van de kosten van het recherchebureau dat de inzetbaarheid van de man onderzocht.
Verder werd de verdeling van de nalatenschap van de moeder van de man vastgesteld, waarbij partijen overeenstemming bereikten over een bedrag van € 1.373,-. De vrouw moet de man vergoeden voor betaalde wegenbelasting en een factuur voor energieverbruik. De man moet de vrouw betalen voor de helft van contante opnames in 2022 en een bedrag wegens overbedeling van de inboedel. De bestreden beschikking werd op deze punten vernietigd en opnieuw vastgesteld, met compensatie van kosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de partneralimentatie, wijst verzoeken tot inkomensaanpassing af, regelt de verdeling van nalatenschap, contante opnames en inboedel en veroordeelt tot betaling van kosten recherchebureau.