Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
€ 107,- is opgelegd vanwege een snelheidsoverschrijding. Uit het zaakoverzicht volgt dat de beschikking is ingetrokken door de opsporingsinstantie en dat op 4 november 2022 de openstaande vorderingen op € 0,00 zijn gezet. Op 11 november 2022 is beroep tegen de inleidende beschikking ingesteld. Bij beslissing van 15 november 2022 is dit beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze beslissing is beroep bij de kantonrechter ingesteld.
Deze grond slaagt. Artikel 11 van Pro de Wahv bepaalt dat zekerheid moet worden gesteld voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten, of indien de sanctie € 225,- of meer bedraagt, zekerheid moet worden gesteld voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. Nu in dit geval de inleidende beschikking al was ingetrokken voordat beroep bij de kantonrechter was ingesteld, was er geen sanctie meer waarvoor zekerheid diende te worden gesteld. De kantonrechter heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.