ECLI:NL:GHARL:2024:134

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 januari 2024
Publicatiedatum
9 januari 2024
Zaaknummer
Wahv 200.331.799
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 154k lid 2 GemeentewetArt. 12 WahvArt. 13 WahvArt. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bestuurlijke boete overlast openbare ruimte

Eiseres stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die deels haar beroep gegrond verklaarde tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag wegens overlast in de openbare ruimte. De boete was opgelegd op grond van artikel 154b van de Gemeentewet en na matiging bedroeg deze € 95,-.

Volgens artikel 14 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) kan hoger beroep alleen worden ingesteld indien de sanctie hoger is dan € 110,- of wanneer een niet-ontvankelijkverklaring wegens het niet stellen van zekerheid wordt betwist. Geen van deze situaties was hier van toepassing.

De kantonrechter had het beroep deels gegrond verklaard, maar het hof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de boete lager is dan de drempelwaarde van € 110,-. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.331.799/01
Uitspraak d.d.
: 8 januari 2024
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 juli 2023, betreffende

[eiseres] (hierna: eiseres),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (hierna: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiseres op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] . Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 447,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van eiseres heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van eiseres heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. In artikel 154k, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat onder meer de artikelen 12 tot en met 17 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) van overeenkomstige toepassing zijn in een procedure als hier aan de orde.
2. Artikel 14 van Pro de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
3. Van geen van deze situaties is hier sprake. De bestuurlijke boete bedraagt - na matiging door verweerder in de beslissing op bezwaar - € 95,-. De kantonrechter heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.