ECLI:NL:GHARL:2024:1356

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 februari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
200.321.279/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie parkeren zonder parkeerschijf in blauwe zone

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het parkeren zonder parkeerschijf in een blauwe zone op de Plats in Echt. Hij voerde aan dat hij het zonebord niet was gepasseerd omdat hij via een alternatieve route (Bovenstestraat) was gekomen, waar geen bord stond. De advocaat-generaal stelde dat de enige toegestane route via het Vrijthof was, waar het bord wel stond.

Het hof concludeerde dat de betrokkene tegen de verplichte rijrichting was ingereden door via de Bovenstestraat te rijden, een éénrichtingsweg. Hierdoor kwam het feit dat hij het bord niet had gezien voor zijn rekening. De overtreding was daarmee terecht vastgesteld.

Het hof stelde ambtshalve vast dat de redelijke termijn van berechting was overschreden en matigde daarom de sanctie met 25%, waardoor het bedrag werd verlaagd naar €71,25. Tevens werd de proceskostenvergoeding aan de betrokkene toegekend. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie werd gegrond verklaard en de eerdere beslissing vernietigd.

Uitkomst: Sanctie voor parkeren zonder parkeerschijf gematigd naar €71,25 en proceskosten toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.321.279/01
CJIB-nummer
: 236592750
Uitspraak d.d.
: 23 februari 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 28 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] (Duitsland).
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op
4 september 2020 om 14.08 uur op de Plats in Echt met het voertuig met het Duitse kenteken
[kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene het zonebord niet is gepasseerd. Het bord staat immers achter het voertuig. De advocaat-generaal voert weliswaar aan dat een bestuurder een bord dient te passeren op de enige route naar de plaats, maar dit is volgens de gemachtigde niet de enige route. De betrokkene is via de Bovenstestraat gekomen en is geen bord gepasseerd. De pollers waren naar beneden en de advocaat-generaal heeft geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat dat niet zo was. Laden en lossen is daar toegestaan in het voetgangersgebied, dus de betrokkene is daar legaal vandaan gekomen.
3. Namens de betrokkene wordt niet betwist dat zonder parkeerschijf bij een blauwe streep is geparkeerd. In het dossier bevinden zich foto’s van de gedraging en verschillende uitdraaien van Google Street View van de situatie ter plaatse. Daarop is te zien dat het drie parkeervakken betreft die haaks op de rijbaan zijn gelegen. Tussen de rijbaan en de parkeervakken loopt een blauwe streep. Achter één van deze parkeervakken staat parallel aan de rijbaan een bord E10.
4. Verder volgt uit het dossier dat de parkeerzone via het Vrijthof aanvangt. Van het bord E10 dat daar staat geplaatst, bevindt zich een afdruk in het dossier. Onder dat bord is het bord C3 te zien, wat betekent dat het een éénrichtingsweg betreft. Op de plek van de parkeervakken waar het voertuig van de betrokkene stond, gaat het Vrijthof over in de Plats. Naar aanleiding van de afbeeldingen van Google Street View die zich in het dossier bevinden, heeft het hof zich ook ter plaatse georiënteerd via Google Street View. Te zien is dat de Plats na de parkeervakken doorloopt en een stukje verderop een afsplitsing heeft naar de Bovenstestraat. Aan het begin van de Bovenstestraat bevinden zich pollers. Naast de rijbaan bevinden zich de door de gemachtigde genoemde bord G7 (voetgangersgebied) en onderborden over het laden en lossen. Daaronder bevindt zich ook een bord C3. De verplichte rijrichting in die straat is dus de richting komende vanuit de Plats.
5. Uit het voorgaande volgt dat de Plats weliswaar vanaf de Bovenstestraat te bereiken is als de pollers naar beneden zijn, maar ook blijkt dat die straat een éénrichtingsweg is die vanaf de Plats wordt ingereden. Als de betrokkene inderdaad van de Bovenstestraat de Plats is ingereden, dan heeft hij tegen de verplichte rijrichting ingereden. Dat hij daarmee via een route is gekomen waarbij hij het verkeersbord niet is gepasseerd, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen. De gedraging kan worden vastgesteld en daarvoor is terecht een sanctie opgelegd.
6. Het hof stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
7. De proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. ov. 26 van voormeld arrest van het hof van 28 juli 2023). Aan het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 875,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 71,25;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 875,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.