Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Midden-Nederland van 12 juli 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
De beslissing
€ 187,50;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €390 wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 23 april 2020. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €250 en kende een proceskostenvergoeding toe van €1.284,75.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, wat volgens hem een matiging van 25% van de sanctie zou rechtvaardigen. Het hof stelde vast dat de kantonrechter deze matiging niet had toegepast en matigde daarom alsnog de sanctie tot €187,50.
Verder voerde de gemachtigde aan dat hij tweemaal was verschenen bij zittingen van de kantonrechter en daarom recht had op een hogere proceskostenvergoeding. Het hof oordeelde echter dat de eerste zitting, een draagkrachtzitting, geen relevante bijdrage opleverde omdat de gemachtigde niet had toegelicht waarom zekerheid niet kon worden gesteld. Hierdoor was het verschijnen op die zitting niet redelijkerwijs noodzakelijk en werd het verzoek om extra proceskostenvergoeding afgewezen.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter voor zover deze het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde, wijzigde de sanctie, en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep af. Tevens werd bepaald dat teveel gestelde zekerheid wordt gerestitueerd.
Uitkomst: De sanctie wordt gematigd tot €187,50 en het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt afgewezen.