De vader verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag over twee van zijn drie kinderen te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan hem toe te kennen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vader in hoger beroep ging. Het hof stelde vast dat de ouders in een langdurige, complexe en uitzichtloze situatie verkeren met een geschiedenis van zestien juridische procedures en betrokkenheid van meer dan zestig hulpverleners.
De kinderen hebben geen contact met één van de ouders en zijn klem en verloren geraakt tussen de ouders. Ondanks intensieve hulpverlening en juridische procedures is er geen verbetering in het contact gekomen. De kinderen zelf gaven aan dat zij willen dat de vader het gezag over hen krijgt, in de hoop op meer rust.
De moeder wilde het gezag behouden, maar het hof constateerde dat zij in het verleden toestemming voor belangrijke beslissingen heeft geweigerd, wat schadelijke gevolgen had voor de kinderen. Gezien de omstandigheden en het belang van de kinderen besloot het hof het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen. De beschikking van de rechtbank werd voor dit onderdeel vernietigd.