ECLI:NL:GHARL:2024:1591
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoek wettelijke schuldsanering natuurlijke persoon met COMI in Duitsland
De zaak betreft een hoger beroep van een natuurlijke persoon die in Duitsland woont en een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling had ingediend bij de Nederlandse rechtbank. De rechtbank had hem niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. In hoger beroep betoogde appellant dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was, omdat zijn centrum van voornaamste belangen (COMI) in Duitsland ligt.
Het hof onderzocht de feiten en stelde vast dat appellant sinds 2019 in Duitsland woont, een appartement heeft in een bedrijfsgebouw op een terrein voor caravanstalling, en zijn eenmanszaak als zelfstandig juridisch adviseur vanuit dat appartement uitoefent. De eenmanszaak is niet ingeschreven in het handelsregister en heeft geen website. Appellant was tot eind 2023 advocaat en eigenaar van een B.V. in Nederland, maar na het faillissement daarvan is hij uitgeschreven als advocaat en werkt hij zelfstandig vanuit Duitsland.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro de Europese insolventieverordening is de rechter van de lidstaat waar het COMI van de schuldenaar is gelegen bevoegd. Het hof concludeerde dat het appartement in Duitsland als hoofdvestiging en COMI moet worden aangemerkt, en dat geen recente overbrenging van de hoofdvestiging heeft plaatsgevonden. Daarom is de Nederlandse rechter onbevoegd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering. Het overige in het beroepschrift gestelde bleef onbesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering en vernietigt het vonnis van de rechtbank.