Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] ,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
3. Zo ja, in welke mate?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep is de vraag aan het gerechtshof voorgelegd of het bewind over de nalatenschap van verzoekster kon worden voortgezet na haar overlijden in 2023. Het hof verwijst naar artikel 1:449 lid 1 BW Pro, dat bepaalt dat het bewind eindigt door de dood van de rechthebbende. Hierdoor is het bewind van rechtswege geëindigd en bestaat geen belang meer bij voortzetting van de procedure.
De belanghebbenden hadden verzocht om een inhoudelijke beslissing over de geestelijke gesteldheid van verzoekster en de rechtsgeldigheid van een testamentwijziging na onderbewindstelling. Het hof oordeelt dat deze kwesties niet in deze procedure aan de orde zijn en dat de rechtsgeldigheid van het testament niet in deze procedure wordt beoordeeld.
Het hof wijst een verder deskundigenonderzoek af omdat het geen relevant belang meer dient. De gemaakte kosten van het reeds begonnen onderzoek worden ten laste van de nalatenschap gebracht. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en het einde van het bewind wordt vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat het bewind is geëindigd door het overlijden van verzoekster en wijst het verzoek tot voortzetting van het deskundigenonderzoek af.