Meneer en mevrouw hebben tussen 1 mei 2014 en 24 april 2019 opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt in strijd met de Participatiewet, waardoor zij ten onrechte uitkeringen ontvingen. De rechtbank legde hen een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 240 uur op. In hoger beroep bevestigt het hof deze strafoplegging.
Het openbaar ministerie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat de gemeente het teveel ontvangen bedrag van € 95.452,40 reeds via een bestuursrechtelijke procedure terugvordert. Deze procedure is nog in hoger beroep.
Het hof baseert zich op beleidsregels die terugvordering via bestuursrechtelijke weg voorrang geven boven strafrechtelijke ontneming, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, welke hier niet zijn vastgesteld. Hierdoor wordt het strafrecht niet ingezet voor terugvordering van uitkeringen die reeds door de gemeente worden geïnd.