ECLI:NL:GHARL:2024:1731
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van boa Parkeren Delft BV en matiging sanctie wegens overschrijding redelijke termijn
De betrokkene kreeg een sanctie van € 95,- opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op 14 december 2019 in Delft. De sanctie werd opgelegd door een boa in onbezoldigde dienst bij Parkeren Delft BV, een privaatrechtelijke rechtspersoon volledig in eigendom van de gemeente Delft. De betrokkene voerde aan dat de opsporingsbevoegdheid onrechtmatig was omdat Parkeren Delft BV geen publiekrechtelijk orgaan is en dat stukken ter onderbouwing van de bevoegdheid niet werden verstrekt.
Het hof stelde vast dat Parkeren Delft BV voldoet aan de voorwaarden van de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar, aangezien de gemeente Delft alle aandelen bezit en de opsporingsbevoegdheden zijn overgeheveld van de publieke naar de private sector. Het hof verwierp het beroep op schending van de informatieplicht en concludeerde dat er geen gerede twijfel bestaat over de bevoegdheid van de boa.
De betrokkene voerde verder aan dat hij met zijn taxi tussen 21.00 en 11.30 uur overal mocht inrijden en dat bestemmingsverkeer was uitgezonderd. Het hof oordeelde dat de ontheffing van de gemeente Den Haag niet van toepassing was in Delft en dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de betrokkene op dat moment bestemmingsverkeer was.
Verder stelde het hof ambtshalve vast dat de redelijke termijn van berechting was overschreden en matigde daarom de sanctie met 25 procent. Ook werden proceskosten toegekend aan de betrokkene. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wijzigde de sanctie tot € 71,25.
Uitkomst: Het hof matigt de sanctie tot € 71,25 en verklaart het beroep gegrond wegens bevoegdheid boa en overschrijding redelijke termijn.