ECLI:NL:GHARL:2024:1778

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
12 maart 2024
Zaaknummer
Wahv 200.325.208
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:6 APV gemeente TerneuzenArtikel 11 WahvBesluit proceskosten bestuursrechtWahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctiebeschikking parkeren camper op openbare weg in Terneuzen

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor het langer dan drie achtereenvolgende dagen parkeren van een camper op de Van Swindenstraat in Terneuzen, wat volgens de APV van de gemeente Terneuzen verboden is indien dit buitensporig is met het oog op parkeerruimteverdeling of schadelijk voor het uiterlijk van de gemeente.

De gemachtigde voerde aan dat het voertuig niet onafgebroken op dezelfde plek stond en dagelijks werd gebruikt, waardoor geen sprake was van een overtreding. Foto's en verklaringen van de ambtenaar toonden wel dat de camper meerdere dagen op dezelfde locatie stond, maar het hof kon niet vaststellen dat dit volgens het oordeel van het college van burgemeester en wethouders buitensporig was of het uiterlijk van de gemeente schaadde.

Daarom vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op €1.561,75.

De zaak belicht de toepassing van artikel 5:6 van Pro de APV Terneuzen en de interpretatie van het begrip 'buitensporig' parkeren in relatie tot parkeerdruk en het uiterlijk van de gemeente.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens langdurig parkeren van een camper wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van buitensporigheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.325.208/01
CJIB-nummer
: 232561765
Uitspraak d.d.
: 12 maart 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 9 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De griffier van het hof heeft bij de advocaat-generaal nadere informatie opgevraagd.
De advocaat-generaal heeft nadere informatie ingebracht.
De gemachtigde van de betrokkene heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt hierop te reageren.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “op een aangewezen weg een caravan, kampeer-/ aanhangwagen e.d. plaatsen of hebben langer dan de vastgestelde termijn”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 februari 2020 om 14.05 uur op de Van Swindenstraat in Terneuzen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat het betreffende voertuig zich niet drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg heeft bevonden. De betrokkene is namelijk met het voertuig gaan rijden. Hierdoor is het voertuig dan ook niet “enkele meters verschoven”, zodat de gedraging buiten de materiële reikwijdte van de APV bepaling valt. Verder voert de gemachtigde aan dat het voertuig dagelijks wordt gebruikt. Hierdoor is geen sprake van parkeerexcessen en bestaat ook geen aanleiding om het voertuig langdurig ergens (binnen) te stallen. In reactie op de door de advocaat-generaal ingebracht informatie geeft de gemachtigde aan dat de verbaliserend ambtenaar bij uitstek degene is om antwoord te geven op de vraag of er in februari 2020 sprake was van parkeerdruk en dat met het voertuig van de betrokkene onevenredige hinder werd veroorzaakt. Nu de ambtenaar inmiddels uit dienst is en de juridische afdeling van de gemeente één en ander slechts in algemene bewoordingen op papier heeft gezet, is geen concreet beeld gegeven van de (parkeer)situatie in februari 2020. Daar komt bij dat het voertuig van de betrokkene niet in een parkeervak stond en dus geen parkeervak bezet heeft gehouden. De gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
3. De onderhavige gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 5:6, eerste lid onder a, van de APV van de gemeente Terneuzen 2015. Ten tijde van de gedraging luidde dit artikel als volgt:
Artikel 5:6 Kampeermiddelen Pro e.a.:
“Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.”
Onder "zijn oordeel" moet, in het licht van deze bepaling, worden verstaan "het oordeel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen".
4. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht - onder meer - het volgende in:
“Voor het perceel van Swindenstraat 40 te Terneuzen staat een camper van het merk Fiat. De eigenaar hiervan weigert de camper te verplaatsen. Hiervoor is hij eerder geverbaliseerd in 2019. Tijdens de procedure van het bezwaar heeft de camper het gehele jaar voor het perceel gestaan, af en toe was hij even weg maar keerde steeds weer terug op de eerder genoemde locatie. Nu na de definitieve uitspraak van 11 februari 2020 zijn opnieuw controles uitgevoerd. En hieruit blijkt dat de camper nog steeds op diezelfde locatie staat geparkeerd. Nu tijdens die laatste controles is hij in het geheel niet van de locatie weg geweest. In de gemeente Terneuzen hebben we de APV regeling, langer dan drie dagen niet toegestaan en ook het uiterlijk van de straat komt hier in voor en ook het plaatsen of hebben van een camper op de openbare weg.”
5. Verder bevat het dossier een aantal foto’s die de ambtenaar ter plaatse heeft gemaakt en afbeeldingen van Google Street View. Op de foto’s is te zien dat deze op verschillende momenten zijn gemaakt, namelijk op 14 februari 2020 om 20.15 uur, 15 februari 2020 om 9.42 uur, 16 februari 2020, 17 februari 2020 om 8.27 uur, 20 februari 2020 om 8.08 uur en 21 februari 2020 om 14.05 uur. Op de foto’s is steeds voornoemde camper te zien, geplaatst in een straat naast een stoeprand en ter hoogte van een lantaarnpaal.
6. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 5 december 2023 waarin - onder meer - het volgende wordt verklaard:
“De Van Swindenstraat te Terneuzen is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Terneuzen en ligt in de buurt Serlippenspolder (woonwijk Terneuzen Noord).
Het doel van artikel 5:6, eerste lid, onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Terneuzen (APV) bepaling is tweeledig: voorkomen moet worden dat caravans en aanhangers een buitensporig beslag leggen op de spaarzame parkeerplaatsen en daarnaast is het uiterlijk aanzien van de gemeente in het geding. Artikel 5:6 APV Pro is per 1 januari 2023 overgegaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving.
7. De advocaat-generaal heeft verder een e-mailwisseling met een medewerker van de afdeling Relatie en Beheer van de gemeente Terneuzen van 17 januari 2024 ingebracht. Hierin wordt onder andere geschreven:

1. Opbouw wijk
De Van Swindenstraat in Terneuzen heeft aan beide zijden rijtjeswoningen met parkeerstroken. Er is voor de bewoners geen gelegenheid om op eigen terrein te parkeren. Vroeger hadden de mensen één auto per huishouden. Tegenwoordig is de parkeerdruk enorm toegenomen en hebben mensen 2-3 auto’s per huishouden. Daar is bij de opbouw van deze oudere wijk destijds vanzelfsprekend geen rekening mee gehouden. We mogen ervan uitgaan dat de parkeerdruk in deze straat in de avonduren 90% of hoger is. Dat is onacceptabele parkeerdruk.

2. Citaat uit de parkeernota Terneuzen 2015-2020

Gezien de omvang, het aantal kernen en het aantal inwoners van de grootste kern, Terneuzen, met bijna 25.000 inwoners, zou de gemeente in de klasse van ‘weinig stedelijk’ horen. Dit heeft tot gevolg dat de parkeerbehoefte hoger ligt; door de beperkte verstedelijking is men meer afhankelijk van de auto.
Parkeren in woonwijken
Gezien de toegenomen mobiliteit en de sterke toename van het autobezit, komt het in bestaande woonwijken voor dat men niet meer ‘voor de deur’ kan parkeren. Conform de Wegenverkeerswet is het niet toegestaan te parkeren op trottoirs. Daarnaast wordt de bereikbaarheid voor hulpdiensten en andere grote voertuigen ernstig belemmerd.
Citaat uit de parkeernota Terneuzen 2023-2033(https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR705229)
Huidige parkeersituatie
Het vigerende parkeerbeleid is gebaseerd op de Parkeernota 2005 en de Herijking parkeerbeleid (2006). Naar aanleiding van verdergaande digitalisering was in 2016 een heroriëntatie en verfijning van het parkeerbeleid nodig. Dit heeft geleid tot de Parkeernota 2015-2020. Voorts zijn in 2020 nieuwe parkeernormen vastgesteld. De parkeersituatie binnen de gemeente varieert sterk. De stadskernen Terneuzen, Axel en Sas van Gent hebben met een grotere parkeerdruk te maken. In de omliggende dorpskernen zijn er voor het parkeren op straat alleen incidentele problemen.”
8. Uit hetgeen de ambtenaar heeft verklaard en de door hem gemaakte foto's kan genoegzaam worden vastgesteld dat de camper van de betrokkene gedurende (meer dan) drie achtereenvolgende dagen op de Van Swindenstraat te Terneuzen stond. Op basis van de informatie in het dossier kan het hof echter niet vaststellen dat (in de periode februari 2020) die locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders een gebied was waar dit buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Dit brengt mee dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Het hof zal de inleidende beschikking daarom vernietigen.
9. Gelet op het voorgaande hoeven de overige gronden van de gemachtigde niet meer te worden besproken.
10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en de reactie op de aanvullende informatie van de advocaat-generaal dienen in totaal 3,5 punt te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen.
De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.561,75 (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2,5 x € 875,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.561,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.