ECLI:NL:GHARL:2024:1782
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken zekerheid bij snelheidsovertreding
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een snelheidsovertreding niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het niet stellen van zekerheid. Hoewel het hof het hoger beroep ontvankelijk verklaarde omdat niet aannemelijk was dat de beroepstermijn was gestart, kon het hof de bezwaren tegen de sanctie niet inhoudelijk beoordelen.
De wettelijke verplichting om zekerheid te stellen voor betaling van de sanctie en administratiekosten is volgens artikel 11 van Pro de Wahv bindend. De kantonrechter had de betrokkene hierover correct geïnformeerd. De verdediging voerde aan dat de brieven slechts informatief waren en ten onrechte als beroepschriften werden aangemerkt, maar het hof oordeelde dat een beroep op artikel 8 van Pro de Wahv als een beroep tegen de sanctie moet worden gezien.
Omdat geen zekerheid is gesteld en dit niet aan de betrokkene kan worden toegerekend, bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen, waarbij het hof verwees naar eerdere jurisprudentie. Het hoger beroep leidt dus niet tot inhoudelijke beoordeling van de snelheidsovertreding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.