Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd voor de bewezenverklaring van deelneming aan een criminele organisatie met oogmerk het plegen van misdrijven en medeplegen van het uitvoeren van grote hoeveelheden cocaïne en heroïne naar het buitenland.
Verdachte speelde een essentiële rol binnen de organisatie door het huren van loodsen, het regelen van transporten en het geven van een schijn van legaliteit aan de drugstransporten. Het hof oordeelde dat verdachte wist van het criminele oogmerk en de drugstransporten, en dat hij opzettelijk heeft meegewerkt.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte slechts een katvanger was zonder wetenschap van de drugstransporten, en dat de straf niet in redelijke verhouding stond tot zijn bijdrage. Het hof verwierp deze verweren en concludeerde dat verdachte een belangrijke rol vervulde.
De strafoplegging werd gematigd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, maar gezien de ernst van de feiten en de omvang van de drugshandel werd een gevangenisstraf van vijf jaar opgelegd, met aftrek van het voorarrest. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.