ECLI:NL:GHARL:2024:1808
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep na splitsing zaak
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De zaak was gesplitst, waarbij de feiten 3 tot en met 9 onder het huidige parketnummer vielen en de feiten 1 en 2 onder een ander parketnummer werden voortgezet. Tijdens de terechtzitting op 25 januari 2024 gaf verdachte aan geen bezwaren meer te hebben tegen het vonnis en het Openbaar Ministerie had geen zelfstandig belang bij voortzetting van de zaak.
Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaten-generaal tot niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep behandeld. Gezien het ontbreken van redenen voor een inhoudelijke behandeling en het bepaalde in artikel 416 lid 2 Sv Pro, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in Arnhem, waarbij de raadsheren A.H. Garos, M. Keppels en D. Visser het arrest uitspraken. De zaak betreft een strafzaak waarin het hoger beroep beperkt was ingesteld en na splitsing werd voortgezet.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.