ECLI:NL:GHARL:2024:1845
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid en matiging bestuursrechtelijke sanctie voor verkeersvoorschriften
De betrokkene kreeg een bestuursrechtelijke sanctie van €250 opgelegd voor het vermeend gebruiken van een puntstuk op de A50 bij Valburg. De kantonrechter verklaarde het beroep tegen deze sanctie niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een juiste machtiging. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat een ondermachtiging aan een beroepsmatige rechtsbijstandverlener was verleend, wat volgens eerdere jurisprudentie is toegestaan.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde deze beslissing. Vervolgens beoordeelde het hof de zaak inhoudelijk. De ambtenaren verklaarden dat de afslag naar Tiel/Rotterdam was afgesloten met rode matrixkruizen en dat de bestuurder een puntstuk had overschreden. De betrokkene ontkende dit, maar het hof achtte de ambtenarenverklaringen betrouwbaar en stelde de overtreding vast.
Het hof constateerde dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden en dat de redelijke termijn was overschreden. Daarom matigde het hof de sanctie met 25% wegens schending hoorplicht en nogmaals met 25% wegens termijnoverschrijding, waardoor het sanctiebedrag werd vastgesteld op €140,63. Tevens veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €875.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring, matigt de sanctie tot €140,63 en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding van €875.