De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor doorrijden bij een rood verkeerslicht met een aanhangwagen op 30 maart 2021. De betrokkene stelde dat de sanctie ten onrechte aan hem als kentekenhouder van de aanhangwagen was opgelegd, omdat het kenteken van het trekkende voertuig leesbaar zou zijn geweest.
Het hof oordeelde dat het kenteken van het trekkende voertuig niet volledig leesbaar was doordat de aanhangwagen het zicht op één letter belemmerde. Volgens artikel 5a van de Wahv hoeft de ambtenaar in zo'n geval geen nader onderzoek te doen naar de kentekenhouder van het trekkende voertuig en kan de sanctie terecht aan de kentekenhouder van de aanhangwagen worden opgelegd.
Verder stelde het hof vast dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de sanctie met 25% werd gematigd tot €187,50. Ook werden proceskosten van €437,50 aan de betrokkene toegekend wegens de termijnoverschrijding. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard.