Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking waarin de hoofdverblijfplaats van de 17-jarige minderjarige bij de vader is vastgesteld, met behoud van gezamenlijk gezag over beide minderjarige kinderen. De moeder verzocht om vernietiging van deze beschikking, beëindiging van het gezamenlijk gezag en toewijzing van eenhoofdig gezag aan haar.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. De moeder heeft geen grief gericht tegen de zorgregeling, waardoor het verzoek tot aanvullend raadsonderzoek wordt afgewezen. De hoofdverblijfplaats van de oudste minderjarige wordt bevestigd bij de vader, mede vanwege haar leeftijd, haar wens en het ontbreken van zorgen over haar welzijn.
Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat de ouders niet kunnen communiceren of dat de kinderen klem of verloren raken. De ouders maken afspraken en er is geen noodzaak tot wijziging van het gezag in het belang van de kinderen.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de wijziging van de hoofdverblijfplaats bij de vader en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag af.