ECLI:NL:GHARL:2024:1998

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 maart 2024
Publicatiedatum
20 maart 2024
Zaaknummer
Wahv 200.328.327/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij Wahv-procedure

In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het niet stellen van zekerheid zoals vereist op grond van artikel 11 van Pro de Wahv.

De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat zij de zekerheidsbrieven niet hadden ontvangen, terwijl deze brieven waren verzonden naar het adres dat de gemachtigde zelf in het beroepschrift had opgegeven. Het hof stelt vast dat het op de gemachtigde rustte om een adreswijziging door te geven, hetgeen niet is gebeurd.

Het hof overweegt dat het verzendproces van de zekerheidsbrieven zo is ingericht dat fouten vrijwel zijn uitgesloten en dat er geen bewijs is dat de brieven onbestelbaar retour zijn gekomen. Daarom wordt aangenomen dat de brieven zijn ontvangen.

De kantonrechter heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Tevens wijst het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het tijdig stellen van zekerheid en het doorgeven van correcte adresgegevens in bestuursrechtelijke procedures onder de Wahv.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.328.327/01
CJIB-nummer
: 246977329
Uitspraak d.d.
: 20 maart 2024
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 28 april 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.J.O. Zandt, kantoorhoudende te Rotterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
De zaak is behandeld op de zitting van 6 maart 2024. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen zekerheid is gesteld.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan geen zekerheidsbrieven te hebben ontvangen.
3. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie heeft de betrokkene op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Er is niet (tijdig) zekerheid gesteld.
4. Het is vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan (in dit geval de officier van justitie) aannemelijk moet maken dat een beslissing of ander relevant document is verstuurd. Als dat aannemelijk is gemaakt, is het aan de geadresseerde om op een niet ongeloofwaardige manier te betwisten dat het document is ontvangen. Slaagt dat, dan is het aan de officier van justitie om aannemelijk te maken dat het document wel is ontvangen.
5. Het dossier bevat kopieën van brieven van de officier van justitie van 31 augustus 2022 en
17 september 2022 (gericht aan de betrokkene) en van 8 maart 2023 en 25 maart 2023 (gericht aan de betrokkene en de gemachtigde), waarin mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Alle brieven zijn geadresseerd aan het adres dat de gemachtigde in het beroepschrift bij de kantonrechter heeft opgegeven: De Lairessestraat 150h te Amsterdam.
6. Zekerheidsbrieven worden namens de officier van justitie verzonden door de CVOM. In het arrest van 28 januari 2013 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1110) heeft het hof vastgesteld dat het verzendproces zo is ingericht, dat de kans op fouten vrijwel is uitgesloten. Daarom mag worden aangenomen dat deze brieven daadwerkelijk zijn verstuurd.
7. De gemachtigde heeft ontkend dat de zekerheidsbrieven zijn ontvangen. Als reactie op de door de advocaat-generaal als kopie bij het verweerschrift gevoegde zekerheidsbrieven stelt de gemachtigde dat de brieven zijn verstuurd naar het oude kantooradres bij Codex Mulder Advocaten te Amsterdam. Volgens de gemachtigde was de officier van justitie bekend met het feit dat de gemachtigde per 1 januari 2023 kantoor houdt bij Ploum Advocaten te Rotterdam. Bovendien is deze informatie publiekelijk bekend via de database van de NOvA. De gemachtigde voert aan dat het op de weg van de officier van justitie had gelegen om te verifiëren of de gebruikte adresgegevens wel correct waren.
8. Door de gemachtigde is op 26 augustus 2022 beroep ingesteld bij de kantonrechter en de zekerheidsbrieven zijn verzonden naar het adres dat de gemachtigde in dat beroepschrift heeft opgegeven. Zoals de advocaat-generaal aangeeft in de reactie op de nadere toelichting, heeft het systeem van de CVOM geen connectie met de database van de NOvA. Het lag op de weg van de gemachtigde om zijn adreswijziging door te geven. Dit heeft de gemachtigde nagelaten. Uit de stukken blijkt verder niet dat de zekerheidsbrieven als onbestelbaar retour zijn gekomen. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de gemachtigde deze wel heeft ontvangen. Bovendien zijn de zekerheidsbrieven ook naar de betrokkene verstuurd. Nu Stichting Onafhankelijk Mobiliteitsadvies een stichting van de gemachtigde betreft, was het in het onderhavige geval ook voldoende om de zekerheidsbrieven naar de betrokkene te sturen. De grond faalt.
9. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht
niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. Het hof zal diens beslissing bevestigen. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is dan ook geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.