ECLI:NL:GHARL:2024:2040
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in ontnemingszaak wegens wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 maart 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 31 augustus 2022. De betrokkene was veroordeeld voor het wederrechtelijk wegnemen van geldbedragen van in totaal € 48.399,07 van een bankrekening bij Knab. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 46.278,09 en een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd, rekening houdend met een schadevergoedingsmaatregel ten gunste van de benadeelde partij.
Het hof heeft het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 46.022,35, gebaseerd op de geleden schade van de benadeelde partij, waarbij rekening is gehouden met enkele bijboekingen en het restant op de rekening per 31 december 2020. Het hof oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat kosten van het voordeel moeten worden afgetrokken.
Hoewel het hof bevoegd is om rekening te houden met een betalingsverplichting aan de benadeelde partij, stelt het dat het belang van de benadeelde partij om het geld terug te krijgen zwaarder weegt dan het belang van de Staat bij toewijzing van de ontnemingsvordering. Daarom wijst het hof de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af en vernietigt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen.