Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de oma, bijgestaan door haar advocaat,
- een vertegenwoordiger van de raad, en
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige zoon is beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd is benoemd.
De vader, die psychiatrisch kwetsbaar is en niet in staat wordt geacht te voldoen aan de opvoedkundige en zorgbehoeften van zijn slechthorende en vroeggeboren zoon, betwist de gezagsbeëindiging. De oma, bij wie de minderjarige sinds 2019 woont, verzoekt in incidenteel hoger beroep om haar benoeming tot voogd.
Het hof oordeelt dat de beëindiging van het gezag van de vader gerechtvaardigd is in het belang van het kind en conform artikel 1:266 BW Pro en artikel 8 EVRM Pro. De benoeming van de GI tot voogd wordt vernietigd en de oma wordt benoemd tot voogd, omdat zij de dagelijkse zorg en opvoeding verzorgt en het contactherstel met de moeder op korte termijn niet aan de orde is.
De vader blijft betrokken bij belangrijke beslissingen, maar de oma krijgt de bevoegdheid om zelfstandig beslissingen te nemen indien nodig. De beschikking van de rechtbank wordt op dit punt bekrachtigd en gewijzigd.
Uitkomst: Het gezag van de vader wordt beëindigd en de oma wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.