Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft de vader verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats en/of inschrijving van zijn minderjarige kinderen, en voorwaardelijk wijziging van de kinderalimentatie. De moeder heeft verzocht de vader niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair om een andere verdeling van de hoofdverblijfplaats.
Het hof heeft vastgesteld dat de beschikking van de rechtbank van 2 februari 2022 een eindbeslissing bevatte over de hoofdverblijfplaats, waartegen binnen drie maanden hoger beroep had moeten worden ingesteld. De vader diende zijn beroepschrift pas op 15 november 2022 in, na het verstrijken van deze termijn. Het hof volgt de vader niet in zijn stelling dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot heroverweging heeft afgewezen, en verklaart hem niet-ontvankelijk.
Omdat de vader niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoeken over de hoofdverblijfplaats, komt het hof niet toe aan de beoordeling van de voorwaardelijke verzoeken tot wijziging van kinderalimentatie. Het verzoek om vaststelling van het traject parallel solo ouderschap wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond en te late indiening.
De moeder had verzocht om veroordeling van de vader in de proceskosten, maar het hof wijst dit af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is genomen op basis van de stukken en eerdere tussenbeschikking, zonder nieuwe mondelinge behandeling.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en verdere verzoeken worden afgewezen.