Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- in de eerste drie maanden na de dag van deze uitspraak wekelijks gedurende minimaal één uur, waarbij de eerste twee maanden de omgang in aanwezigheid van (een van) de moeders plaatsvindt;
- in de twee maanden daarna wekelijks gedurende minimaal drie uur;
- in de maand daarna wekelijks acht uren;
- in de periode daarna zal dit geleidelijk worden uitgebreid met om de week aansluitend een overnachting en een dag (tot einde van de middag/begin van de avond);
- waarbij voor alle omgangsmomenten geldt dat (één van) de moeders [de minderjarige] naar [verweerder1] brengt en [verweerder1] en/of [verweerder2] na het omgangsmoment [de minderjarige] terugbrengt naar de woning van de moeders.