Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake kinderalimentatie en partneralimentatie na ontbinding van het huwelijk in 2023. De ouders zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, dat in 2020 is geboren. Eerder was bepaald dat de man €73 per maand aan kinderalimentatie betaalt en partneralimentatie werd afgewezen.
De vrouw kwam in hoger beroep en verzocht om verhoging van de kinderalimentatie tot €210 per maand vanaf 16 juni 2023 en vaststelling van partneralimentatie van €252 bruto per maand vanaf 30 juni 2023. De man voerde verweer en wilde de verzoeken afwijzen.
Het hof stelde vast dat de vrouw momenteel arbeidsongeschikt is en slechts 24 uur per week kan werken met 70% loonuitkering, waardoor haar draagkracht lager is dan door de rechtbank aangenomen. De man heeft een draagkracht van €606 per maand. De behoefte van het kind is vastgesteld op €430 per maand in 2023 en €457 in 2024. Het hof berekende de kinderalimentatie in twee periodes, met zorgkortingen van 35% en 25%, wat leidt tot €210 per maand tot 1 februari 2024 en €270 per maand daarna. De partneralimentatie werd vastgesteld op €252 bruto per maand vanaf 30 juni 2023.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het kinderalimentatie en partneralimentatie betreft en het hof stelde de alimentatiebedragen conform deze berekeningen vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt kinderalimentatie vast op €210 tot 1 februari 2024 en €270 daarna, en partneralimentatie op €252 bruto per maand vanaf 30 juni 2023.