ECLI:NL:GHARL:2024:2332
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewindstelling wegens verkwisting
De rechthebbende heeft bij de kantonrechter verzocht om onderbewindstelling van zijn goederen wegens verkwisting en problematische schulden. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen en de bewindvoerder benoemd.
In hoger beroep stelt de rechthebbende zich op het standpunt dat hij niet op de hoogte was van het verzoek en betwist dat hij het aanvraagformulier heeft ondertekend. Tevens voert hij aan dat het beschermingsbewind geen nut meer heeft omdat hij inmiddels een woning heeft en geen problematische schuldenlast meer zou hebben.
De bewindvoerder stelt dat er sprake is van een onwerkbare situatie door gebrek aan medewerking en bedreigingen van de rechthebbende. Het hof stelt vast dat de bewindvoerder gemotiveerd heeft betwist dat de rechthebbende niet op de hoogte was en dat hij het formulier niet heeft ondertekend. Er is geen sprake van wilsgebrek of gewijzigde omstandigheden die ontvankelijkheid in hoger beroep rechtvaardigen.
Het hof oordeelt dat de rechthebbende geen belang heeft bij het hoger beroep omdat hij in eerste aanleg heeft gekregen wat hij verzocht. Daarom verklaart het hof de rechthebbende niet-ontvankelijk en komt het niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot bewindstelling.
Uitkomst: De rechthebbende is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de bewindstelling.